Welkom bij Uitgeverij Egmont

Uitgeverij Egmont brengt sinds jaren kwaliteitsvolle boeken van politieke en/of historische inslag op de markt. Dit betreft vooral boeken met als onderwerp de Vlaamse Beweging, politieke actualiteit, geschiedenis, enz.

Nog geen lid? Wordt nu gratis lid!

Inloggen

Wachtwoord vergeten?
2011-12-20: Uitgeverij Egmont en Twitter
Uitgeverij Egmont is vanaf vandaag ook actief op Twitter. ...Klik hier
2011-12-18: Vlaams Bewegen in Antwerpen
Het nieuwe boek van Jan Huijbrechts neemt u in 5 cultuurhistorische wandelingen mee op ontdekkingstocht door de fascinerende maar ook bewogen geschiedenis van Antwerpen....
2011-01-05: Facebook
Uitgeverij Egmont is vanaf heden terug te vinden op facebook. ...Klik hier
2010-12-20: YouTube
Uitgeverij Egmont heeft reeds enige tijd een YouTube-kanaal....Klik hier
Winkelwagentje (0 artikelen)
Totaal: €0.00
Je winkelwagentje is leeg!
"Wanneer ik een beetje geld heb, koop ik me daarvan boeken. Wanneer er dan nog wat over is, koop ik eten en kledij."

Erasmus
 Volg ons op Twitter  Wordt lid op Facebook  Zie meer op You Tube
 


Zerotolerantie tegen criminaliteit
door Filip Dewinter

ISBN: 90-8056-165-7
Pagina's: 221

Prijs: € 5

De angst van kamp doen veranderen

Het boek 'Zerotolerantie tegen criminaliteit' had nooit geschreven moeten worden. Recht op veiligheid zou immers een evidentie moeten zijn in onze moderne, democratische samenleving. Helaas is de realiteit anders. 35 jaar na mei '68 plukt onze samenleving de zure vruchten van een jarenlange overdosis permissiviteit en misplaatste tolerantie. Repressie is taboe, politieagenten worden gedegradeerd tot straathoekwerkers, de excuuscultuur maakt daders tot slachtoffer, … De tijd van halfzachte oplossingen is voorbij. Het recht op veiligheid is een mensenrecht en een harde aanpak van de criminaliteit via het toepassen van het zerotolerantieprincipe dringt zich op!

Van kruimeldiefstal tot ramkraak: criminaliteit in evolutie

De criminaliteit in ons land gaat vanaf de jaren '70 alsmaar in stijgende lijn. In de jaren '70 stelde de Rijkswacht een toename vast van het aantal criminele feiten met 80%, tussen 1983 en 1990 steeg de criminaliteit met 77%. Ook in de jaren '90 kwam er geen einde aan de opmars van de misdaad. Zo nam de criminaliteit tijdens de periode van 1996 tot 2000 nogmaals met 14% toe (cijfers N.I.S.). Volgens het statistisch overzicht van het Britse Home Office was België zelfs koploper in de EU met een stijging van 14%. De gemiddelde stijging in de lidstaten van de EU in de periode 1996-2002 was 1%, in de helft van de lidstaten daalde de criminaliteit. In een stad als Antwerpen nam de straatcriminaliteit (gauwdiefstallen, diefstallen met geweld, gewapende diefstallen, handtasroof) op 7 jaar tijd met 162% toe (1995-2001). De toename van de misdaad heeft ervoor gezorgd dat criminaliteit steeds meer als een veiligheidsprobleem wordt ervaren.

Jeugdcriminaliteit: jong geleerd is oud gedaan

Vooral de toename van de jeugdcriminaliteit is verontrustend te noemen. Een nota van de Antwerpse jeugdbrigade gaf aan dat minderjarigen tussen 12 en 17 jaar in Antwerpen verantwoordelijk waren voor 16,6% van de misdrijven die in 1999 in de stad werden geregistreerd. Daders van misdrijven worden alsmaar jonger en gebruiken alsmaar meer geweld. De voornaamste schuldige is de overheid: het gebrek aan opvangplaatsen en vooral het ontbreken van een jeugdsanctierecht maakt dat minderjarige criminelen zich onaantastbaar wanen. Ook sommige ouders moeten echter voor hun verantwoordelijkheid gesteld worden: ouders die toelaten dat hun kinderen spijbelen dienen desnoods gesanctioneerd te worden.

Stadscriminaliteit: praten en knuffelen helpt niet meer

De levenskwaliteit in tal van stadswijken is er de laatste decennia op achteruit gegaan. Onveiligheid en verloedering zijn alom aanwezig. Nieuwe fenomenen van stadscriminaliteit steken de kop op: steaming, carjacking, bagjacking, groepsverkrachtingen,… Aangezien een groot deel van de daders vreemdelingen zijn, wordt de toenemende onveiligheid echter geloochend of geminimaliseerd. In sommige wijken van de grootsteden wordt de politie nog amper geduld: rellen, bendevorming en criminaliteit zijn er schering en inslag. Steeds weer worden de relschoppers gebombardeerd tot slachtoffer: slachtoffer van de werkloosheid, van de 'racistische' politie, van het 'gebrek aan kansen',… In plaats van op te treden wordt de politie geacht om met de jonge criminelen te 'babbelen' en te 'bemiddelen'. Ter vervanging van de politie wordt trouwens het straathoekwerk geïntroduceerd. De nefaste criminaliteitscijfers bewijzen intussen dat deze 'knuffelpolitiek' allerminst resultaten oplevert. Te vrezen valt dat met een voortzetting van het huidige beleid de situatie in de toekomst verder zal escaleren.

Vreemdelingencriminaliteit: het taboe!

In de jaren '80 verbood toenmalig eerste minister Martens de publicatie van cijfers betreffende het aandeel van vreemdelingen in de criminaliteit. Sindsdien wordt de waarheid over de vreemdelingencriminaliteit onder tafel geveegd. De reden voor deze doofpotpolitiek is niet ver te zoeken: de relatie tussen het hoge aandeel van vreemdelingen in de criminaliteit en de 'open deur'-politiek van deze en vorige regeringen is overduidelijk. Eind 2000 sneuvelde het taboe betreffende vreemdelingencriminaliteit, althans voor heel even, met de publicatie van het rapport Van San. Uit dit rapport bleek - zoals verwacht - een manifeste oververtegenwoordiging van de vreemdelingen in de criminaliteit. Terwijl in 1999 in de steden 1,25% van de jongeren met Belgische nationaliteit werd geregistreerd als verdachte, lag dit percentage bij Turkse jongeren op 2,12%, bij Marokkaanse jongeren op 4,02%, bij Kongolese jongeren op 6,14% en bij Oost-Europese jongeren zelfs op 16,06%. Ook in de gevangenisbevolking zijn vreemdelingen oververtegenwoordigd: maar liefst 41,6% van de gedetineerden in ons land heeft een buitenlandse nationaliteit.

Wat zijn de oorzaken van deze verhoogde criminaliteitsgraad onder vreemdelingenjongeren? De hogere pakkans of de sociaal-economische achterstand van de allochtone bevolkingsgroepen vormen geen voldoende verklaring, zoveel is duidelijk. In Nederland werd reeds overduidelijk aangetoond dat de vreemdelingencriminaliteit ook culturele redenen heeft. Hiermee wordt duidelijk dat het veiligheidsprobleem in onze steden inherent is aan de multiculturele samenleving. Alleen een beleid gebaseerd op het 'aanpassen of terugkeren'-principe kan een oplossing bieden voor de toenemende vreemdelingencriminaliteit. Een effectief uitwijzingsbeleid van criminele en illegale vreemdelingen is essentieel.

De politiehervorming: meer of minder veiligheid?

Steeds meer wordt pijnlijk duidelijk dat de politiehervorming niet heeft gezorgd voor meer veiligheid: de bureaucratie nam toe, de federale dotaties waren onvoldoende voor de taken die de lokale politiezones opgelegd kregen, de politie bleef kampen met personeelsgebrek,… Ook de zogenaamde Veiligheidscontracten die werden voorgesteld als dé oplossing voor de stadscriminaliteit faalden, omdat een te grote nadruk gelegd werd op de zogenaamde preventieve en alternatieve projecten. Ondanks de hoge verwachtingen van velen, werd ook het beleid van justitieminister Verwilghen een grote flop: het jeugdsanctierecht kwam er niet, in de steden bleef de halfzachte aanpak centraal staan en de hervorming van het gerecht lukte slechts zeer gedeeltelijk. Slechts via de manipulatie van de criminaliteitscijfers – onder meer via het PVR-systeem (proces-verbaal van verkorte registratie) – probeert de regering de schijn op te houden dat de criminaliteit teruggedrongen wordt.

Zerotolerantie

Het zerotolerantiebeleid is gebaseerd op het 'broken windows'-principe dat ervan uitgaat dat overlast en criminaliteit onmiddellijk moeten worden aangepakt vooraleer de situatie volledig uit de hand loopt. Via een streng en accuraat politieoptreden tegen zogenaamde 'kleine' criminaliteit en antisociaal gedrag kan criminaliteit worden voorkomen en zelfs worden bestreden. Het zerotolerantieprincipe werd in de praktijk toegepast door William Bratton, de hoofdcommissaris van New York, die erin slaagde de criminaliteit van 1990 tot 1999 te doen dalen van 700.000 feiten per jaar tot amper 300.000. Het New Yorkse zerotolerantiesysteem kan bij ons niet zomaar gekopieerd worden, maar kan wel als voorbeeld gesteld worden: door toepassing van het zerotolerantieprincipe en normstellend optreden in de grootstedelijke agglomeraties, kan ook in onze steden de stadscriminaliteit teruggedrongen worden.

Recht op veiligheid: de remedies

Door het creëren van een schokeffect moeten de criminelen in onze steden duidelijk gemaakt worden dat het vanaf nu menens is en dat het gedaan is met hun quasi-onaantastbaarheid. Enkel een zerotolerantiebeleid kan de straat-, geweld- en stadscriminaliteit terugdringen. Nultolerantie betekent dat de politie streng, doortastend en desnoods repressief optreedt tegen elke vorm van criminaliteit, antisociaal gedrag en overlast. Een zerotolerantiebeleid wil een normstellend en -herstellend effect resorteren.

Nultolerantie en 'lik op stuk' tegen straatcriminaliteit en overlast - Een maximale aanwezigheid van de politie op straat dient nagestreefd te worden. Door het opstellen van weekanalyses – wijk per wijk – moet de politie op een flexibele en snelle manier kunnen inspelen op de criminaliteit en de overlast in een bepaalde wijk. Aan elk feit en elke klacht moet bovendien - door zowel de politie als het gerecht - een gevolg gegeven worden.

Politie en burgers: partners in veiligheid – Een zerotolerantiebeleid is grotendeels gebaseerd op een nauwe samenwerking tussen burgers en politie. De betrokkenheid van de bevolking via de veralgemening van buurtinformatienetwerken, het telepolitiesysteem en veiligheidscomités is noodzakelijk.

Veilige stad, leefbare stad – De toepassing van de 'broken windows'-theorie stelt dat reeds bij de allereerste tekenen van verloedering en verkrotting moet worden opgetreden. Het terugdringen van de onveiligheid gaat hand in hand met het verbeteren van de leefkwaliteit. Dit houdt onder meer in dat illegalen moeten worden opgespoord, prostitutie moet worden gebannen uit de woonwijken, graffiti en vandalisme moeten worden aangepakt,… Wijk per wijk moet aangepakt worden via wijkverbeteringsplannen.

Oorlog tegen drugs – Een aanzienlijk deel van de stedelijke criminaliteit staat in verband met drugs. Wie de stadscriminaliteit wil terugdringen moet drugs bannen. Geen gedoogbeleid tegenover drugs, maar radicaal de oorlog verklaren aan het gebruik en het dealen van drugs.

Jeugdcriminaliteit hard aanpakken –Een nauwgezette controle op de leerplicht, sanctionering van nalatige ouders en een specifiek jeugdsanctierecht kunnen een halt toeroepen aan de stijgende jeugdcriminaliteit.

Stop immigratie, veilige stad – Het knuffel- en excuusbeleid moet plaatsmaken voor een realistische politiek waarbij de immigranten resoluut voor de keuze worden geplaatst: aanpassen of terugkeren. Een waterdichte immigratiestop, het ontraden van gezinsvorming en het onmogelijk maken van schijnhuwelijken zijn noodzakelijke maatregelen.

Meer politie, meer gevangenissen – De getalsterkte van het korps dient met 5000 man te worden opgetrokken. Het ambt van politieagent moet worden geherwaardeerd. Het optrekken van het aantal cellen (van 8000 tot 12.000) moet bovendien een einde maken aan het te grote aantal vervroegde vrijlatingen.

Streng maar eerlijk straffen – In plaats van systematisch straffen in te korten en kwijt te schelden moet de strafwetgeving consequent toegepast worden. Afschaffing dus van de wet Lejeune. De rechter moet bovendien kunnen beslissen om bij meerdere misdrijven waarover gezamenlijk wordt gevonnist, de strafmaten al dan niet bij elkaar op te tellen. Nu wordt enkel de zwaarste van de verschillende strafmaten daadwerkelijk uitgevoerd.

Recht op zelfverdediging – Onder bepaalde voorwaarden moet het mogelijk zijn dat de wettige zelfverdediging ook geldt voor de verdediging van goederen.

De harde aanpak is de beste preventie – Het vervagende normbesef is wellicht een van de belangrijkste redenen voor de toenemende onveiligheid. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid durven nemen. Aan de 'alles-kan-alles-mag'-mentaliteit moet een einde komen.

Zerotolerantie: Een gemeenschapsgericht veiligheidsbeleid

Tijdens de jaren '60, toen de misdaad er hoogtij vierde, kenden de Amerikaanse grootsteden een enorme bevolkingsvlucht vanuit de binnenstad naar de buitenwijken. Van 1950 tot 1990 verloor Chicago 23% van zijn bevolking; Washington, 24%; Detroit, 44%; Cleveland, 45%; St. Louis, 54%; en dat terwijl de totale Amerikaanse bevolking in die periode aangroeide met 64%.

Tegen deze achtergrond nam de politieke wetenschapper James Q. Wilson(1) de effecten van criminaliteit onder de loep. In 1982 verscheen in het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic Monthly een baanbrekend artikel van Wilson en de criminoloog Kelling getiteld 'Broken Windows - The police and neighborhood safety'(2) waarin een verband werd gelegd tussen wanorde en misdaad, verzinnebeeld door de metafoor van een 'gebroken ruit':

"...indien een ruit in een gebouw gebroken is en niet wordt hersteld, zullen al gauw de andere ruiten ook sneuvelen. Dit geldt zowel in goede als verloederde buurten. Het breken van ruiten gebeurt niet op grote schaal omdat sommige gebieden bewoond worden door hardnekkige ruitenbrekers of andere gebieden bevolkt zijn met ruitenliefhebbers, maar met het feit dat een gebroken ruit die niet wordt hersteld signaleert dat niemand erom geeft, en dus zullen er meer gebroken ruiten volgen."

Dit kan ook toegepast worden op andere inbreuken. Graffiti in de metro laat de metrogebruiker weten dat de omgeving die hij/zij ondergaat, niet gecontroleerd wordt. In een verloederde buurt is de drempel voor het plegen van criminaliteit immers veel lager. Bewoners zullen hun gedrag aanpassen door bijvoorbeeld 's avonds niet meer buiten te gaan waardoor hun onveiligheidsgevoel nog vergroot. Kortom: de afbraak van de informele sociale controle, veroorzaakt door een hoog niveau van overlast en signalen van verloedering, brengt meer criminaliteit teweeg. Of anders gezegd: orde voorkomt criminaliteit.

Het is in ieder geval duidelijk dat het onderzoek naar en de ontwikkeling van politiezorg en veiligheidsbeleid in de Verenigde Staten jaren vooruit is ten opzichte van Europa. Zerotolerantie werd voor het eerst in de praktijk toegepast door William Bratton, de hoofdcommissaris van New York. Bratton slaagde erin een ommekeer(3) te bewerkstelligen: in de periode van 1990 tot 1999 daalde het aantal criminele feiten van 700.000 per jaar tot 300.000. Bratton was ervan overtuigd dat het individueel gedrag van personen onder controle kan worden gehouden indien er duidelijke normen en regels opgesteld worden waaraan iedereen zich dient te houden. De in New York toegepaste Bratton-methode valt terug op vijf basisprincipes: [l][li]doorgedreven criminaliteitsanalyse met een permanente opvolging en evaluatie;[/li] [li]specifieke actieplannen tegen elke vorm van criminaliteit;[/li] [li]responsabilisering door resultaatsverbintenis;[/li] [li]doorgedreven informatisering voor een betere coördinatie en werking;[/li] [li]decentralisatie van middelen, manschappen en bevoegdheden.[/li][/l]Bratton kreeg niet alleen navolging in vele andere Amerikaanse steden maar ook in Londen, Milaan en een aantal Franse steden.

Zerotolerantie: preventie én repressie

In het boek 'Zerotolerantie tegen criminaliteit' formuleert Filip Dewinter het antwoord van het Vlaams Blok op het veiligheidsprobleem in Vlaanderen. Hierin wordt de evolutie van de criminaliteit in ons land geschetst, komen jeugd-, stads- en vreemdelingencriminaliteit aan bod en wordt het progressieve negationisme ter zake aan de kaak gesteld. Het falen van de politiehervorming wordt tevens in een apart hoofdstuk behandeld. Een commentator klaagde in zijn bespreking(4) de kostprijs van de voorgestelde maatregelen ter criminaliteitsbestrijding aan. Laten we de vraag echter eens omdraaien: hoeveel kost de criminaliteit ons? Denk maar aan medische verzorging, verloren gegaan bezit, kwaliteitsverlies van het leven en vergoeding van de slachtoffers.

Het fundament van het boek wordt echter gevormd door het zerotolerantieprincipe. Uiteraard pleit Dewinter er niet voor om het zerotolerantiebeleid van New York zomaar te kopiëren en toe te passen in Vlaanderen. Het gaat hem om de beleidsfilosofie. Zerotolerantie wordt maar al te vaak voorgesteld als een soort shock & awe-aanpak(5) waarbij het gebruik van overdonderend geweld wordt toegepast om zoveel mogelijk effect te sorteren. Dit getuigt van een verkeerd begrip en negeert het feit dat zerotolerantie gebaseerd is op de broken windows-theorie en past in een breder concept van community policing of gemeenschapspolitiezorg.

Een gemeenschapsgerichte politiezorg omvat veel meer dan een eenzijdig reactieve houding van de politie, meer dan het louter reageren op veiligheidsproblemen. De gemeenschapspolitiezorg is een beleidsstrategie die streeft naar een effectievere en efficiëntere criminaliteitsbeheersing en omvat het verminderen van het onveiligheidsgevoel, het verbeteren van de kwaliteit van het leven, het verhogen van de dienstverlening en de legitimiteit van de politie door het aanwenden van een groeiend vertrouwen in de mogelijkheden van de gemeenschap. Hierbij dient men zich te richten op de wijziging van de oorzaken van de criminaliteit. Dit veronderstelt een toename van de behoefte om rekenschap af te leggen vanwege de politie, een groter aandeel van de bevolking in de besluitvorming en een grotere bekommernis omtrent burgerlijke rechten en vrijheden.(6)

Veiligheid door orde

Wilson en Kelling stellen in hun broken windows-theorie dat overlast en criminaliteit door een streng en accuraat politieoptreden tegen zogenaamde kleine criminaliteit en anti-sociaal gedrag, kunnen worden voorkomen. Dewinter geeft drie doelstellingen van een harde aanpak van de criminaliteit: [l][li]recht doen geschieden en orde handhaven;[/li] [li]de criminaliteit terugdringen;[/li] [li]het herstellen van een normatief referentiekader zonder dewelke onze maatschappij onmogelijk kan functioneren.[/li][/l]Straatprostitutie, publieke dronkenschap en antisociaal gedrag kunnen een gemeenschap sneller ondermijnen en vernietigen dan witteboordencriminaliteit, stelden Wilson en Kelling in hun artikel uit 1982. De handhaving van de orde mag niet los gezien worden van de criminaliteitsbestrijding. De manier waarop sinds jaren in ons land het veiligheidsbeleid wordt georganiseerd en de criminaliteit wordt 'bestreden', vertrekt vanuit een kortzichtige liberaal-individualistische opvatting. Misdaadstatistieken en slachtofferpeilingen stellen enkel individuele verliezen vast, maar laten het verlies voor de gemeenschap buiten beschouwing. Net zoals dokters nu het belang erkennen van gezond leven en niet louter en alleen ziektes behandelen moet onze gemeenschap eveneens erkennen dat de handhaving van orde een vereiste is voor een samenleving die de kwaliteit van het leven (communities without broken windows) vooropstelt.

Jan Lievens

(Uit: Breuklijn, september 2003)

Voetnoten: (1) Wilson behaalde zijn Ph.D. aan de Universiteit van Chicago in 1959 en doceerde later aan Harvard en UCLA.
(2) 'Broken Windows - The police and neighborhood safety' - James Q. Wilson and George L. Kelling, The Atlantic Monthly, maart 1982. Zie: http://www.theatlantic.com/politics/crime/windows.htm - later uitgewerkt in het boek 'Fixing Broken Windows: Restoring Order and Reducing Crime in Our Communities' - George L. Kelling, Catherine M. Coles, James Q. Wilson, New York, The Free Press, 1996.
(3) 'Turnaround: How America's Top Cop Reversed the Crime Epidemic' - William Bratton (with Peter Knobler), Random House, New York, 1998.
(4) 'Zerotolerantie in België alibi voor repressie', John De Wit, Gazet van Antwerpen, 17 april 2003. De recensent miskent tevens de preventieve werking die uitgaat van een zerotolerantiebeleid en verliest uit het oog dat nauw contact met én inspraak van de bevolking juist centraal staan.
(5) Verwijzing naar de Pentagon-strategie gebruikt bij de inval in Irak, letterlijk 'overdonder en overbluf'.
(6) Definitie van Robert R. Friedmann, geciteerd in 'Bronnen van Community (Oriented) Policing en de toepassing ervan in België' - Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directie van de Relaties met de Lokale Politie, Programma Gemeenschapsgerichte politiezorg, Redactie : Roger Vande Sompel, Eindredactie : Paul Ponsaers, Programmaverantwoordelijke: Yanic Vandevenne, Directeur : Jean-Marie Van Branteghem.


Klanten die dit boek kochten, kochten ook: