Welkom bij Uitgeverij Egmont

Uitgeverij Egmont brengt sinds jaren kwaliteitsvolle boeken van politieke en/of historische inslag op de markt. Dit betreft vooral boeken met als onderwerp de Vlaamse Beweging, politieke actualiteit, geschiedenis, enz.

Nog geen lid? Wordt nu gratis lid!

Inloggen

Wachtwoord vergeten?
2011-12-20: Uitgeverij Egmont en Twitter
Uitgeverij Egmont is vanaf vandaag ook actief op Twitter. ...Klik hier
2011-12-18: Vlaams Bewegen in Antwerpen
Het nieuwe boek van Jan Huijbrechts neemt u in 5 cultuurhistorische wandelingen mee op ontdekkingstocht door de fascinerende maar ook bewogen geschiedenis van Antwerpen....
2011-01-05: Facebook
Uitgeverij Egmont is vanaf heden terug te vinden op facebook. ...Klik hier
2010-12-20: YouTube
Uitgeverij Egmont heeft reeds enige tijd een YouTube-kanaal....Klik hier
Winkelwagentje (0 artikelen)
Totaal: €0.00
Je winkelwagentje is leeg!
"Wanneer ik een beetje geld heb, koop ik me daarvan boeken. Wanneer er dan nog wat over is, koop ik eten en kledij."

Erasmus
 Volg ons op Twitter  Wordt lid op Facebook  Zie meer op You Tube
 


Vlaanderen onafhankelijk. Hoe moet dat dan?
door Karim Van Overmeire

ISBN: 978-90-78898-00-9
Pagina's: 240

Prijs: € 1

In deze pocketversie van ‘Vlaanderen onafhankelijk. Hoe moet dat dan?’ geeft Karim Van Overmeire een antwoord op 30 vragen in verband met Vlaamse onafhankelijkheid. De auteur legt uit hoe de Vlamingen hun drempelvrees kunnen overwinnen. Hij kijkt daarbij naar drie vergelijkbare situaties in Noorwegen-Zweden, Tsjecho-Slovakije en Servië-Montenegro waar de federatie op vreedzame wijze en in onderling overleg werd gesplitst. Ook het ‘eeuwige probleem’ Brussel wordt niet uit de weg gegaan. Met een ontwerp van grondwet voor het onafhankelijke Vlaanderen krijgt men een idee hoe dat Vlaanderen er uit kan zien. Geen verre droom maar een realiseerbare en wenselijke toekomst. Over de auteur Karim Van Overmeire (Gent, 1964) is sinds 1991 tot 2010 parlementslid voor het VB en nu voor de N-VA. Op dit ogenblik zetelt hij in het Vlaams Parlement. Hij was er voorzitter van de Commissie voor Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden. Hij was tevens gemeenschapssenator en in die hoedanigheid lid van de parlementaire assemblees van de Raad van Europa en de West Europese Unie. Eerder schreef hij onder meer ‘Project Vlaamse Staat’ (1998), ‘De Guldensporenslag’ (2001) en ‘Het Verloren Vaderland (2005).

Over de noodzaak van Vlaamse onafhankelijkheid is al veel inkt gevloeid. U concentreert zich op de hoe-vraag.

De titel geeft precies weer wat er in het boekje te lezen staat. Het idee van een onafhankelijk Vlaanderen werd tientallen jaren lang slechts verdedigd door een minderheid in Vlaanderen. Door de gebeurtenissen van de jongste maanden is het aantal voorstanders van onafhankelijkheid spectaculair gegroeid. Maar veel Vlamingen blijven nog hangen in het onwerkzaam Belgisch federalisme of ideeën over confederalisme. Omdat ze de drempel naar onafhankelijkheid te groot vinden, omdat ze zich eigenlijk niet goed kunnen voorstellen hoe dat dan precies moet. En dus heb ik geprobeerd om in dat boekje een antwoord te geven op dertig vragen in verband met Vlaamse onafhankelijkheid. Tegelijkertijd schets ik hoe het in drie vergelijkbare situaties verlopen is. En ik sluit af met een ontwerp van grondwet voor het onafhankelijke Vlaanderen.

Drie vergelijkbare situaties? Leg eens uit.

Weinig mensen weten dat Noorwegen en Zweden tot 1905 in een soort federatie verenigd waren. In 1905 werd deze unie opgeheven en werden beide landen onafhankelijk. Een beter gekend voorbeeld is natuurlijk dat van de splitsing van Tsjechoslovakije in 1992. De vergelijking met België ligt daar voor de hand, waarbij de Vlamingen dan de Tsjechen zijn, en de Walen gelijkenissen vertonen met de Slovaken. En vorig jaar was er de opheffing van de statenbond tussen Servië en Montenegro. Ik heb vanzelfsprekend voorbeelden gekozen van vreedzame en democratische evoluties. Dat is essentieel. En natuurlijk is geen enkele situatie volledig te vergelijken met de Belgische, maar er zijn toch veel parallellen. Het Belgisch vorstenhuis en de Brusselse situatie bemoeilijken natuurlijk een scheiding, maar het feit dat we ons binnen de Europese Unie situeren, maakt een scheiding in veel opzichten gemakkelijker. We hoeven bijvoorbeeld geen regelingen te treffen over grenscontroles of over de muntunie. In de drie splitsingsprocessen die ik beschrijf, leidde dit vaak tot moeilijke discussies. Bij de splitsing van Vlaanderen en Wallonië hoeven we over dat soort problemen ons hoofd niet te breken.

Wat kunnen we verder nog leren uit de beschreven splitsingsprocessen?

Eerst en vooral dat die splitsing er vrij snel kan komen. In het geval van Servië en Montenegro kwam de scheiding absoluut niet onverwacht, maar dat was wel het geval in Tsjechoslovakije en Scandinavië. Het is ook opvallend hoe voorafgaand aan de scheiding de politieke discussie soms hoog oplaait over onderwerpen die absolute banaliteiten lijken. De Noren en Zweden maakten ruzie over het al dan niet aanwezig zijn van het uniesymbool in de Noorse vlag. De Tsjechen en de Slovaken lagen overhoop over de schrijfwijze van de naam van het land. De Serven en Montenegrijnen discussieerden over de vraag of het blauw in de Montenegrijnse vlag nu donkerblauw of lichtblauw moest zijn. Dat soort discussies doet onwillekeurig aan de Belgische discussies over Brussel-Halle-Vilvoorde denken. Maar het zijn natuurlijk telkens symbooldossiers, die een veel diepere en fundamentele tegenstelling verbergen. Er is altijd een partij die zich niet thuis voelt in de unie en streeft naar een losser verband. Dat waren de Noren, de Slovaken, de Montenegrijnen en dat zijn in België de Vlamingen. En er is een partij die zich identificeert met de unie en de federatie zo hecht mogelijk wil houden. Dat waren de Zweden, de Tsjechen, de Serviërs en bij ons dus de Walen. Dat zorgt voor spanningen, tot de zaak volledig vastloopt. Er komt dan een moment waarop één van beide naties beslist om de federatie te verlaten, en de andere daar dan kennis van neemt. Daarna volgen de besprekingen om de praktische modaliteiten te regelen, maar die vormen eigenlijk het probleem niet. Essentieel is de politieke wil om de 'klik' te maken. Vijf minuten politieke moed, als het ware.

In Montenegro was er een referendum, dat nipt gewonnen werd door de voorstanders van onafhankelijkheid. Moet de Vlaamse onafhankelijkheid ook door een referendum verworven worden?

Er zijn geen regels voor. Ook in Noorwegen was er indertijd een referendum. Bij de splitsing van Tsjechoslovakije was er geen referendum. De politici zagen dat niet zitten. Stel dat de Tsjechen dan de federatie wilden houden, en de Slovaken voor onafhankelijkheid stemden? Hoe moest dat dan? En hoe moet men een federatie besturen die al maandenlang geblokkeerd is? Wanneer je een referendum organiseert – ik ben daar zeker niet tegen – moet je wel goed weten wat de gevolgen zijn van elk mogelijk resultaat.

U zegt van uzelf dat u geen separatist bent, maar wel een voorstander van Vlaamse onafhankelijkheid. Leg eens uit?

Separatisme betekent afscheiding. Maar hoe kan de Vlaamse meerderheid zich nu afscheiden van een Waalse minderheid? Vlaams separatisme betekent bovendien dat we de Walen de kans geven om, al dan niet samen met Brussel, een soort rest-België verder te zetten en de Belgische symbolen te blijven gebruiken. Dat zou betekenen dat de Walen bijvoorbeeld het Belgisch lidmaatschap van de EU, de VN, de Navo,… zouden 'overerven' terwijl de Vlamingen over hun nieuw lidmaatschap zouden moeten onderhandelen. Tactisch zou dat een bijzonder domme zet zijn. Ik vind het dus onverstandig om het woord 'separatisme' verder te gebruiken. Vlaanderen moet zich niet afscheiden van België. We moeten de Belgische federatie ontbinden en twee nieuwe, onafhankelijke staten moeten zich aandienen als de opvolgers van België.

En het eeuwige argument tegen Vlaamse onafhankelijkheid… Brussel?

Tja, "we zouden Brussel verliezen". Dat soort geleuter. Alsof we nu Brussel hebben. We slagen er nog niet eens in om de Belgische taalwetten in Brussel te laten toepassen, en in geen enkele van de 19 Brusselse gemeenten hebben de Vlamingen ook maar een schijntje van macht. Eén zekerheid hebben we: binnen België geraken we Brussel volledig kwijt. Laten we dus onze positie versterken door eerst onafhankelijk te worden. Ik pleit voor een tweetalig Brussel als hoofdstad van Vlaanderen, maar er zijn nog andere scenario's mogelijk die zeker niet slechter zijn dan de huidige situatie.

Het boekje wordt afgesloten met een ontwerp-grondwet voor het onafhankelijke Vlaanderen. Is dat niet wat hoog gegrepen?

Het is een vingeroefening die we enkele jaren geleden met de partij gemaakt hebben. Het is zeker niet te nemen of te laten. Ik teken ook onmiddellijk voor een onafhankelijk Vlaanderen met een andere grondwet! Maar met het ontwerp willen we vooral laten zien dat het onafhankelijke Vlaanderen meer efficiënte instellingen zou kunnen hebben dan het federale België met zijn zes regeringen en zeven parlementen. Eén regering en één parlement moeten volstaan. Vlaanderen zou ook veel democratischer kunnen zijn dan België. In een onafhankelijk Vlaanderen zou een referendum wel mogelijk zijn. Het zou een land zijn waarin alle Vlamingen zich thuis kunnen voelen, en waar ze fier op zouden kunnen zijn.

Hoofdstuk 1 – Vlaanderen in België

Hier herhaalt de auteur de belangrijkste argumenten voor Vlaamse onafhankelijkheid.

Hoofdstuk 2 – Vlaanderen in Europa

De Europese éénmaking is geen argument tegen Vlaamse onafhankelijkheid, maar net ervoor. Vlaanderen moet immers rechtstreeks in de Europese structuren aanwezig kunnen zijn.

Hoofdstuk 3 – Noorwegen en Zweden 1905

Hoofdstuk 4 – Tsjechië en Slovakije 1992

Hoofdstuk 5 – Servië en Montenegro 2006

In deze drie hoofdstukken wordt telkens de ontbinding besproken van een unie of federatie die uit twee componenten bestond. De splitsing gebeurde telkens op een vreedzame, democratisch gelegitimeerde en internationaal aanvaarde manier en maakte plaats voor twee onafhankelijke staten. In de drie gevallen bleek het opheffen van de unie of de federatie noodzakelijk om de onderlinge relaties uit te klaren. Door het opheffen van de federatie werd telkens een potentieel conflictgebied veranderd in een voorbeeld van goed nabuurschap en samenwerking tussen onafhankelijke staten. Na het ontbinden van de federatie kon de enorme hoeveelheid politieke energie die aan 'communautaire problemen' besteed werd, nu gebruikt worden voor de problemen 'waar de mensen echt van wakker liggen'.

Hoofdstuk 6 – En wat doen we met Brussel?

De auteur wijst erop dat Vlaanderen in de Belgische context Brussel al bijna volledig verloren heeft. Als de huidige evolutie zich verder zet, zullen er in Brussel straks alleen nog maar de gebouwen van de Vlaamse instellingen overblijven om van de Vlaamse aanwezigheid te getuigen. Zoveel hebben we dus niet te verliezen. Hij wil Brussel blijven claimen als hoofdstad van Vlaanderen. Ongeacht de samenstelling van de bevolking, blijft Brussel het economische, financiële, artistieke, culturele, administratieve en politieke centrum van Vlaanderen. De jongste dertig jaar is Brussel eerder geïnternationaliseerd dan verfranst. We moeten het verschil durven maken tussen enerzijds illegale immigratie, onveiligheid, verloedering en andere grootstedelijke problemen, en anderzijds het kosmopolitisch karakter van een hoofdstad dat als dusdanig best aantrekkelijk kan zijn. Plan A is dus een onafhankelijke Vlaamse staat met een tweetalig Brussel als hoofdstad. Maar bij ongewijzigde omstandigheden is de kans heel groot dat Brussel geen deel wil uitmaken van een onafhankelijke Vlaamse staat. Vlaanderen moet verstandig omgaan met deze situatie. We moeten verhinderen dat Brussel en Wallonië samengaan en zich opwerpen als een soort rest-België, of aansluiting zoeken bij Frankrijk. Wanneer het niet – of voorlopig niet – mogelijk is om Brussel te behouden als tweetalige hoofdstad van een onafhankelijk Vlaanderen, dan moet Vlaanderen zich kunnen verzoenen met een onafhankelijke Brusselse entiteit waar het de best mogelijke betrekkingen mee onderhoudt. De auteur maakt zich weinig zorgen over een eventuele aansluiting van de faciliteitengemeenten bij Brussel bij de ontbinding van België. Bij de ontbinding van een federatie worden telkens de interne bestuurlijke grenzen tussen de voormalige deelstaten als nieuwe staatsgrenzen erkend. Vlaanderen zal wel onder zware internationale druk komen om het zogenaamde Minderhedenverdrag te ratificeren. De auteur is daar geen voorstander van, waar wijst erop dat een Minderhedenverdrag in de context van een onafhankelijk Vlaanderen iets anders is dan een Minderhedenverdrag in de Belgische context.

Hoofdstuk 7 – Voor onafhankelijkheid, tegen separatisme

Bij de ontbinding van een federatie is het van groot belang of een gebied gezien wordt als een nieuwe staat, dan wel als de voortzetting van de vorige staat. Als nieuwe staat zal Vlaanderen het lidmaatschap moeten aanvragen van de EU, NAVO, VN,… Dit is alleen een probleem wanneer anderzijds Wallo-Brux als een rest-België zou overblijven en de Belgische zetel in deze organisaties zou overnemen. Dit rest-België zou dan mee over de Vlaamse aanvraag kunnen beslissen en voorwaarden kunnen stellen. De auteur doet dus een oproep aan de voorstanders van Vlaamse onafhankelijkheid om zichzelf geen separatisten of secessionisten te noemen. Hoe kan een meerderheid zich trouwens afscheiden van een minderheid? Er moet niet gestreefd worden naar de afscheiding van België, maar naar de ontbinding van de Belgische federatie en naar onafhankelijkheid. Net als bij de splitsing van Tsjechoslovakije moet overeengekomen worden dat geen van de opvolgersstaten nog de naam 'België', de Belgische vlag, het Belgische volkslied of andere Belgische symbolen kan gebruiken. Alle entiteiten die uit de ontbinding van België te voorschijn komen, zullen zich dan als 'nieuwe staten' aandienen.

Hoofdstuk 8 – Vijf minuten politieke moed

De vraag is niet of er scenario's mogelijk zijn die Vlaanderen op een democratische en vreedzame weg naar onafhankelijkheid leiden. Die zijn er dus. Maar de koudwatervrees bij de Vlaamse politieke klasse is enorm. De auteur stelt de vraag naar het alternatief wanneer Vlaanderen niet onafhankelijk wordt en binnen de Belgische federatie blijft? De vijf resoluties van het Vlaams Parlement geven aan aan welke invulling de Vlamingen die niet voor Vlaamse onafhankelijkheid kiezen, aan de Belgische federatie willen geven. Als reactie op de crisis waar het Belgische regime sinds 10 juni in verzeild is, hebben verschillende Vlaamse politici voor een nog grondiger herschikking van de Belgische federatie gepleit. Minister-president Kris Peeters had het over een 'copernicaanse omwenteling' waarbij het politieke zwaartepunt bij de deelstaten zou komen te liggen, en de instellingen van de federatie ten dienste van de deelstaten zouden staan. Maar wanneer na tien jaar de Vijf Resoluties nog niet eens bespreekbaar zijn, hoeveel decennia zullen de Vlamingen dan moeten wachten op de Waalse medewerking aan de 'copernicaanse omwenteling' van Kris Peeters? De auteur sluit af met een pleidooi voor een Vlaamse Staten-Generaal die moet leiden tot een soevereiniteitsverklaring. Soevereiniteit betekent niet noodzakelijk onafhankelijkheid. Het betekent wel dat Vlaanderen zichzelf niet langer ziet als een door het Belgisch niveau georganiseerde onderverdeling, maar als een entiteit die zelf over zijn lot kan beslissen. Het soevereine Vlaanderen kan ervoor kiezen om binnen de Belgische federatie te blijven, op voorwaarde dat deze een meerwaarde biedt. Wanneer die meerwaarde niet binnen afzienbare tijd duidelijk wordt – juni 2009 bijvoorbeeld - kiest Vlaanderen voor onafhankelijkheid. De soevereiniteitsverklaring én het vastleggen van een datum zouden aan de Waalse politici het signaal geven dat het de Vlamingen menens is.

Copernicaanse omwentelaars à la Kris Peeters kunnen dan met heel sterke argumenten naar de Waalse overkant om, met bekwame spoed een nieuw Belgisch model te presenteren dat voor de meerderheid van de Vlamingen aantrekkelijk genoeg is. De voorstanders van de Vlaamse onafhankelijkheid kunnen dan bewijzen dat ze geen schreeuwers aan de kant zijn. Moet uiteindelijk het parlement beslissen, of de bevolking via een referendum? Ook hier zijn geen regels voor. Een geslaagd referendum vormt natuurlijk een zeer sterke legitimatie. Maar een referendum betekent de keuze tussen twee opties. Het moet dan ook duidelijk zijn wat er zal gebeuren indien de meerderheid niet voor onafhankelijkheid kiest. Wordt de Belgische federatie dan verder gezet? Het gebrek aan een valabel alternatief was het belangrijkste argument om in Tsjechoslovakije geen referendum te organiseren.

We bevinden ons nu voor het eerst in een situatie waarbij de voortzetting van een werkbare Belgische federatie nog grotere politieke sciencefiction lijkt dan Vlaamse onafhankelijkheid.

Bijlage 1

– Proeve van Grondwet van de Republiek Vlaanderen Bijlage 2

– Voorstel van decreet houdende de organisatie van een referendum in Vlaanderen over de Vlaamse onafhankelijkheid, en Voorstel van resolutie betreffende het nemen van de nodige maatregelen en het toekennen van opdrachten aan de Vlaamse administratie met het oog op de mogelijke ontbinding van de Belgische federatie.



Klanten die dit boek kochten, kochten ook: