Welkom bij Uitgeverij Egmont

Uitgeverij Egmont brengt sinds jaren kwaliteitsvolle boeken van politieke en/of historische inslag op de markt. Dit betreft vooral boeken met als onderwerp de Vlaamse Beweging, politieke actualiteit, geschiedenis, enz.

Nog geen lid? Wordt nu gratis lid!

Inloggen

Wachtwoord vergeten?
2011-12-20: Uitgeverij Egmont en Twitter
Uitgeverij Egmont is vanaf vandaag ook actief op Twitter. ...Klik hier
2011-12-18: Vlaams Bewegen in Antwerpen
Het nieuwe boek van Jan Huijbrechts neemt u in 5 cultuurhistorische wandelingen mee op ontdekkingstocht door de fascinerende maar ook bewogen geschiedenis van Antwerpen....
2011-01-05: Facebook
Uitgeverij Egmont is vanaf heden terug te vinden op facebook. ...Klik hier
2010-12-20: YouTube
Uitgeverij Egmont heeft reeds enige tijd een YouTube-kanaal....Klik hier
Winkelwagentje (0 artikelen)
Totaal: €0.00
Je winkelwagentje is leeg!
"Wanneer ik een beetje geld heb, koop ik me daarvan boeken. Wanneer er dan nog wat over is, koop ik eten en kledij."

Erasmus
 Volg ons op Twitter  Wordt lid op Facebook  Zie meer op You Tube
 


Het verloren vaderland
door Karim Van Overmeire

ISBN: 90-809910-3-1
Pagina's: 320

Prijs: € 12.50

Na de nederlaag van Napoleon wordt het ‘Koninkrijk der Nederlanden’ gesticht. Het omvat de gebieden die vandaag Nederland, België en Luxemburg vormen. Aan het hoofd van het koninkrijk komt Willem I te staan. Hij is een man met een buitengewone werklust en energie. Hij ondersteunt de economie, stimuleert het wetenschappelijk onderzoek en zorgt onder meer voor de aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen. De Antwerpse haven kent in deze periode een buitengewone bloei. De reeds ver gevorderde verfransing in de Vlaamse provincies wordt teruggedrongen. De overheid bouwt een netwerk uit van lager onderwijs en middelbaar onderwijs in het Nederlands. In Gent en Leuven komen er universiteiten. Het Nederlands wordt de officiële bestuurstaal. De Pruisische ambassadeur schrijft in 1826 dat koning Willem [i]“zijn land rijk, gelukkig en bloeiend heeft gemaakt, en naar buiten toe onafhankelijk en gerespecteerd”.[/i]

Indien dit koninkrijk had blijven bestaan, dan zou het vandaag wellicht 26 miljoen inwoners geteld hebben, waarvan 22 miljoen Nederlandstaligen. Het land zou in de Europese Unie het politiek gewicht van een middelgrote lidstaat gehad hebben. De centraal gelegen Vlaamse provincies hadden zich ongetwijfeld ontwikkeld tot de kern van het rijk. Brussel zou een Nederlandstalige stad gebleven zijn en Vlaams-Brabant zou niet bedreigd zijn door verfransing. De taalpolitiek van de regering en de massale immigratie van Vlamingen naar Luik en Henegouwen in de 19de eeuw hadden van Wallonië wellicht een tweetalig gebied gemaakt. Mevrouw Cliveti van de Raad van Europa had dan misschien naar Charleroi moeten afreizen, om na te gaan of de autochtone Waalse bevolking nog wel in haar eigen taal in de ziekenhuizen terecht kon.

Een opstand van Fransgezinden en Walen maakte in 1830 evenwel een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In plaats van een belangrijke rol te kunnen spelen in een middelgroot Europees land, werden de Vlamingen tweederangsburgers in een land dat onder voogdij van de grote Europese mogendheden stond.

1830 was een rampjaar. Het was het jaar waarin wij ons vaderland verloren.

[i]“België heeft geen nationaliteit en, gezien het karakter van zijn inwoners, kan het er ook nooit een hebben. In feite heeft België geen politieke reden van bestaan”[/i] Leopold I van Saksen-Coburg Koning der Belgen

In zijn boek schetst Karim Van Overmeire het karakter en het beleid van de koning. Hij beschrijft de gevechten bij Waterloo, in het Warandepark en tijdens de Tiendaagse Veldtocht. Ook de complotten van orangisten en Fransgezinden, de diplomatieke en politieke maneuvers, de verbittering van Vlamingen als Jan Frans Willems die de regeringspolitiek steunden, de grote ideeën en de kleine kantjes van de mens… worden in detail weergegeven. In zijn inleiding overloopt Karim Van Overmeire trouwens de kansen en de belemmeringen voor een Vlaams-Nederlandse toenadering in de 21ste eeuw.

Morgen, op 23 september 2005, zal het precies 175 jaar geleden zijn dat zo’n tienduizend soldaten van het regeringsleger van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in verschillende colonnes Brussel trachtten binnen te rukken. De belangrijkste colonnes kwamen door de Schaarbeekse Poort en de Koningsstraat; en via de Leuvense Poort (nu: Madouplein). Ze installeerden zich in en rond het Warandepark en dus ook hier in dit gebouw, het Paleis der Natie.

Men mag zich de gevechten die zich afspeelden in het park en in de gebouwen er rond niet voorstellen als een kleine schermutseling. Op vier dagen tijd vielen in totaal 600 doden en 2000 gewonden. Toen het leger zich op 27 september terugtrok, betekende dat de facto het einde voor het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, en het begin van de Belgische staat.

‘Het Verloren Vaderland’ handelt over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en de figuur van koning Willem I. Alle feiten, citaten en gegevens in dit boek zijn correct, maar ik heb niet de ambitie gehad om een wetenschappelijk werk te schrijven. Met dit boek heb ik een poging ondernomen om de meest interessante informatie uit een behoorlijke stapel boeken en artikels in een vlot leesbaar verhaal samen te brengen. Dit werk is niet te lijvig en geïllustreerd. Het kost slechts €12,50 en het is dus toegankelijk voor – naar ik hoop – die duizenden Vlamingen die wel eens willen weten wat er in die periode precies gebeurd is.

Dit boek telt dertien hoofdstukken.

De eerste twee handelen over het ontstaan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden op het Congres van Wenen en de belangrijke en vaak onderschatte rol van de Noord- en Zuid-Nederlandse troepen in de Waterloo-campagne.

Het derde hoofdstuk handelt over de instellingen van het koninkrijk en het dilemma waar het van in het begin mee geconfronteerd werd. Men wou Noord en Zuid samensmelten tot l’amalgame le plus parfait, maar de staatsdragende factor werd eigenlijk gevormd door het Noorden, terwijl het Zuiden in die periode een demografisch overwicht had. Het Noorden was als de dood voor een overheersing door het Zuiden. Zeker in Holland, waar men terecht vreesde voor een achteruitgang van de Hollandse havens ten voordele van Antwerpen, was men de hereniging van Noord en Zuid helemaal niet gunstig gezind. Men heeft uiteindelijk Noord en Zuid elk 55 parlementszetels gegeven, waardoor van bij de oprichting twee blokken tegenover elkaar stonden en de breuklijn tussen Noord en Zuid nooit helemaal verdween.

De drie volgende hoofdstukken gaan over het beleid van koning Willem. Het economisch beleid is een succesverhaal, onder meer door de oprichting van de Société Générale. Ik laat evenwel ook de kritiek op de ondoorzichtigheid van het economisch en financieel beleid niet onbesproken. Er was een hevige strijd tussen de koning en de katholieke kerk, die zeker in de beginjaren zeer conservatief was. Er was de uitbouw van een net van staatsonderwijs en de taalpolitiek die erop gericht was om van het Nederlands de enige officiële taal te maken in Vlaanderen, Brussel inbegrepen.

De koning kon voor de uitvoering van dit beleid vooral rekenen op minister Felix Van Maanen (blz 66 en 128), een echte hardliner en de man aan wie ik dit boek heb opgedragen.

Tegen dat beleid kwam verzet, enerzijds van de katholieken, anderzijds van de Franstalige en Fransgezinde liberalen. De koning deed verschillende toegevingen, ook op het vlak van de taalpolitiek. Maar elke toegeving werd gezien als zwakheid en veroorzaakte nieuwe eisen. Wanneer in Frankrijk in 1830 de Juli-revolutie uitbrak en er in Parijs een liberale regering aan de macht kwam, werkte dit aanstekelijk op de liberale oppositie in het Zuiden. Er zijn geen bewijzen dat de Franse regering de Belgische onafhankelijkheid georganiseerd heeft. Haar eerste doel was consolidering van haar precaire positie. Maar de Franse regering heeft niets gedaan om de stroom van revolutionaire elementen en geld, en later wapens en vrijwilligers naar het Zuiden te stoppen. En de Franse regering verzette zich tegen een Pruisische of Russische interventie en speelde op die manier toch een belangrijke rol.

De problemen begonnen met de rellen na de opera La Muette de Portici op 25 augustus 1830. Wat begon als politieke relschopperij – ruiten ingooien bij een regeringsgezinde krant en de woning van minister Van Maanen – ontspoorde wanneer de organisatoren de controle verloren over het lompenproletariaat dat ze ingehuurd hadden. De reactie van leger en politie was ongelooflijk zwak. Brussel zakte weg in chaos en anarchie. Het was de Brusselse burgerij die met een eigen burgerwacht de orde herstelde. Fransgezinden zoals Alexandre Gendebien maakten van de situatie gebruik om een politieke agenda door te voeren. In verschillende Waalse steden gebeurde min of meer hetzelfde. In Vlaanderen bleef het rustig, behalve in Leuven waar overigens de Fransman Roussel achter de afscheidingsbeweging zat.

Wat was de rol van de Vlamingen in 1830? En het antwoord is dat Vlaanderen afwezig was. Vlaanderen, dat waren de pastoors die de confrontatie tussen de koning en de kerk niet vergeten zijn, maar anderzijds ook geen revolutie naar Frans model willen. Vlaanderen, dat was een burgerij die bijna volledig verfranst is, maar zich wel kan vinden in de economische politiek van Willem I. Vlaanderen, dat was voor 95 % een volgzame massa die de gebeurtenissen onderging. Het onderscheid tussen Vlaanderen en Wallonië werd in het Noorden niet gemaakt. Men liet het hele Zuiden verloren gaan, of stootte het zelfs af.

In de hoofdstukken 11 en 12 ligt het accent op de internationale diplomatie. Aanhechting bij Frankrijk was voor de andere Europese grootmachten onaanvaardbaar. Er circuleerden verschillende plannen om België gewoon op te delen tussen Nederland, Frankrijk en Pruisen. Maar uiteindelijk werd België een onafhankelijke staat met een Duitse prins die in Engeland woonde en waar de Engelsen vanaf wilden. Die koning schreef overigens dertig jaar later nog aan zijn kabinetschef dat citaat dat u op de achterkant vindt: “België heeft geen nationaliteit en gezien het karakter van zijn inwoners, kan het er ook nooit een hebben. In feite heeft België geen politieke reden van bestaan.” Citaat van Leopold van Saksen-Coburg, eerste koning der Belgen.

De Tiendaagse Veldtocht van 1831, en dat is dan het dertiende en laatste hoofdstuk, was geen poging om het gezag van koning Willem over het Zuiden te herstellen – dat wou men in het Noorden niet – maar was bedoeld om de onderhandelingspositie te versterken en dus betere scheidingsvoorwaarden te verkrijgen.

Het ontstaan van België was geen evidentie. België zou vandaag niet bestaan indien de Europese mogendheden in 1814 beslist hadden om de Waalse provincies bij Frankrijk te laten. België zou wellicht niet bestaan hebben indien de juli-revolutie in Parijs mislukt was. Het was anders gelopen indien niet kort na de opstand in Brussel in Engeland de conservatieve regering Wellington ten val was gekomen. Of indien het in Duitsland, Italië en Polen niet in hetzelfde jaar tot opstanden was gekomen.

In wat voor een land we zouden geleefd hebben indien het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was blijven bestaan? Er zijn zoveel factoren dat dit natuurlijk niet uit te tekenen is. Maar de tijd speelde wel in het voordeel van de Nederlandsgezinde krachten. Zelfs binnen het onafhankelijke België heeft de Franstalige bovenlaag in Vlaanderen uiteindelijk haar machtspositie moeten opgeven. In het Koninkrijk der Nederlanden zou deze evolutie natuurlijk veel sneller gelopen zijn. In 1830 zat er een nieuwe generatie op de schoolbanken, die in het Nederlands haar opleiding kreeg en enkele jaren later Nederlandssprekende en Nederlandsgezinde kaders zou kunnen leveren waar de staat zoveel nood aan had.

Wij Vlamingen zouden dan vandaag inwoners geweest zijn van een natie met 26 miljoen inwoners, waarvan 22 miljoen Nederlandstaligen. Dit land zou inzake inwoners en BNP vergelijkbaar geweest zijn met Canada en dus bijvoorbeeld met evenveel recht als dat laatste land deel kunnen nemen aan de bijeenkomsten van de G-7. Het politiek gewicht van het koninkrijk binnen de Europese Unie zou vergelijkbaar geweest zijn met dat van landen als Spanje en Polen. Misschien was Brussel uiteindelijk de enige hoofdstad van het rijk geworden. Het zou dan een door-en-door-Nederlandse stad geweest zijn, waar Nederlandstaligen overal probleemloos in hun eigen taal terecht konden. Dit is geen loze bewering. De Limburgse hoofdstad Maastricht was in 1830 even erg verfranst als Brussel. Wie kan zich dat vandaag nog voorstellen? Zonder de verfransing van Brussel zouden we ook geen taalproblemen kennen in de faciliteitengemeenten of andere gemeenten in Vlaams-Brabant. Er zou geen Vlaamse Beweging nodig geweest zijn, want de doelstellingen van deze beweging waren in het Koninkrijk der Nederlanden regeringspolitiek.

Sterker nog: indien de Waalse provincies toch deel hadden uitgemaakt van het koninkrijk en indien dit koninkrijk was blijven bestaan, dan zou de massale immigratie van Vlamingen naar Luik en Henegouwen in de 19de eeuw wellicht geleid hebben tot de invoering van het Nederlands als officiële taal naast het Frans. Mevrouw Cliveti van de Raad van Europa had dan misschien naar Charleroi moeten afreizen, om na te gaan of de autochtone Waalse bevolking nog wel in haar eigen taal in de ziekenhuizen terecht kwam. Er is natuurlijk ook een minpuntje: de Vlamingen zouden zich dan niet meer vrolijk kunnen gemaakt hebben over de pogingen van de leden van het vorstenhuis om Nederlands te spreken. Geen ‘taaie’ prins Filip die zijn pasgeboren ‘vrouwtje’ aan de pers voorstelt.

De geschiedenis is helaas wat ze is. Het heeft geen zin om in een nostalgisch verleden te leven. Maar tegelijk moeten we de zaken bij naam durven noemen: de gebeurtenissen van 1830 waren een ramp voor Vlaanderen. Alleen de aanhechting bij Frankrijk was natuurlijk nog erger geweest. De oprichting van België was het op één na slechtste scenario. De analyse wordt in Vlaanderen niet alleen ter rechterzijde gemaakt. Ook Siegfried Bracke en Louis Tobback hebben uitspraken in deze richting gedaan.

Het valt niet te berekenen tot welk verlies van economische welvaart het opbreken van het Koninkrijk der Nederlanden heeft geleid. In 1829 verwerkte de Gentse textielnijverheid 7,5 miljoen kilo katoen. Drie jaar later is dit teruggevallen tot 2 miljoen kilo. In 1829 leggen er 1.028 schepen aan in de Antwerpse haven. Twee jaar later zijn dat er nog 398. De bloeiende handel met de Nederlandse kolonies wordt tot nul herleid. De schade op het vlak van taal, onderwijs en cultuur is ronduit catastrofaal en is bovendien het resultaat van een doelbewuste politiek van het Belgische regime. Het door koning Willem uitgebouwde staatsonderwijs in de volkstaal wordt opgedoekt. De cijfers zeggen opnieuw alles: in het begin van de jaren 1900 telt België nog meer dan 10% analfabeten, tegenover 2% in Nederland en minder dan 1% in Duitsland. De Vlamingen moeten tot het einde van de 19de eeuw wachten vooraleer Vlaanderen tweetalig Frans-Nederlands wordt. De erkenning van Vlaanderen als ééntalig Nederlands gebied komt er pas met de taalwetten in bestuurszaken van 1921 en 1932. Pas dan staan de Vlamingen weer op de situatie die onder de regering van Willem I en door toedoen van minister Van Maanen bereikt was.

De Vlamingen hebben in hun strijd nooit op enige noemenswaardige steun vanuit het Noorden kunnen rekenen. Tot vandaag ervaren de Vlamingen hun noorderburen als mensen met een opgeheven vingertje en een uitgesproken mening over zowat alle problemen in deze wereld. Maar een standpunt over Vlaanderen en de politieke strijd van de Vlamingen is daar niet bij. Anders dan Parijs wil Den Haag zeker niet betrokken worden bij de Belgische binnenlands-politieke kwesties. In zoverre er al enige interesse voor Vlaanderen bestond in het Noorden, beperkte deze zich tot het culturele en het wetenschappelijke.

Vier eeuwen scheiding zijn natuurlijk niet zonder gevolg gebleven. Naar analogie met wat Oscar Wilde en Bernard Shaw vertelden over Engelsen en Amerikanen, zijn ook de Vlamingen en de Nederlanders “twee volkeren gescheiden door dezelfde taal”. Belgen- en Hollandermoppen doen het nog altijd goed. Ludo Simons schreef over “Het Ravijn tussen Essen en Roosendaal”. De Nederlandse filosoof Ger Groot typeert het verschil tussen de Vlamingen en de Nederlanders treffend wanneer hij spreekt over Grote Buik en Grote Bek. De Vlamingen hebben lange tijd opgekeken naar die succesrijke en zelfzekere grote neef uit het Noorden. De Nederlanders keken wat neer op dat volkje beneden de staatsgrens. Het is niet zeker of dat nog wel opgaat. Na de moord op Pim Fortuyn en Theo Van Gogh is de Nederlandse samenleving in crisis. De toegenomen Vlaamse zelfverzekerdheid leidt dan weer, jammer genoeg, tot de neiging om de Nederlandse standaardtaal in te ruilen voor het zogenaamd ‘verkavelingsvlaams’.

Welke toekomst hebben Vlaanderen en Nederland in het Europa van de 21ste eeuw? Vlaanderen wil niet opgaan in Nederland, zoveel is duidelijk. Men kan zich moeilijk een staatkundig samengaan van Vlaanderen en Nederland inbeelden, zonder dat dit uitloopt op ofwel een minorisering van Vlaanderen, ofwel een ongemakkelijk en onwerkbaar federalisme op zijn Belgisch. Vlaanderen en Nederland hebben bovendien niet per definitie dezelfde belangen. Dat maken de discussies rond de Waterverdragen of de IJzeren Rijn wel duidelijk.

Maar anderzijds is het duidelijk dat samenwerking vaak wél ons beider belang kan zijn. Ik denk aan de verdediging van de positie van het Nederlands in de Europese Unie, aan het uitdragen van de Nederlandse cultuur in Europa en in de wereld, aan de schaalvoordelen die een samenwerking tussen de Vlaamse en Nederlandse havens zou opbrengen. Samenwerken moet, omdat een blok van 21 miljoen Nederlandstaligen nu eenmaal meer gewicht in de Europese schaal kan werpen. Samenwerking moet, omdat Vlaanderen en Nederland 405 km gemeenschappelijke grens hebben.

Die samenwerking kan slechts bilateraal Nederlands-Vlaams zijn. Het Benelux-experiment is voorspelbaar mislukt. De Waalse en Franstalige policiti zullen hun blokkade tegen een verregaande Benelux-integratie niet opgeven. Het Benelux-verdrag loopt overigens af in 2008.

Het is evenwel duidelijk dat Vlaanderen slechts een bevoorrechte partner van Nederland kan worden indien het eerst een onafhankelijke staat wordt. Een samenwerking tussen een Europese lidstaat en een regio van een andere Europese lidstaat kan nooit structureel zijn. Enkel een Vlaamse staat zal in Den Haag als volwaardige gesprekspartner worden aanzien. Zolang België bestaat, zal het een hinderpaal zijn voor de Nederlands-Vlaamse toenadering.

Nederland en Vlaanderen hebben toekomst als afzonderlijke maar op elkaar gerichte staten. Er zijn nog wel meer taalkundig en cultureel verwante landen in Europa die op elkaar georiënteerd zijn en nauw met elkaar samenwerken. Ik denk hierbij aan Duitsland en Oostenrijk, aan Griekenland en Cyprus, aan Roemenië en Moldavië, aan de Verenigde Staten en Canada,… Een dergelijk bedachtzaam partnerschap – noem het een Vlaams-Nederlandse LAT-relatie (Living Apart Together) is in de huidige omstandigheden wellicht de enige haalbare en de meest wenselijke formule.


Klanten die dit boek kochten, kochten ook: