Welkom bij Uitgeverij Egmont

Uitgeverij Egmont brengt sinds jaren kwaliteitsvolle boeken van politieke en/of historische inslag op de markt. Dit betreft vooral boeken met als onderwerp de Vlaamse Beweging, politieke actualiteit, geschiedenis, enz.

Nog geen lid? Wordt nu gratis lid!

Inloggen

Wachtwoord vergeten?
2011-12-20: Uitgeverij Egmont en Twitter
Uitgeverij Egmont is vanaf vandaag ook actief op Twitter. ...Klik hier
2011-12-18: Vlaams Bewegen in Antwerpen
Het nieuwe boek van Jan Huijbrechts neemt u in 5 cultuurhistorische wandelingen mee op ontdekkingstocht door de fascinerende maar ook bewogen geschiedenis van Antwerpen....
2011-01-05: Facebook
Uitgeverij Egmont is vanaf heden terug te vinden op facebook. ...Klik hier
2010-12-20: YouTube
Uitgeverij Egmont heeft reeds enige tijd een YouTube-kanaal....Klik hier
Winkelwagentje (0 artikelen)
Totaal: €0.00
Je winkelwagentje is leeg!
"Wanneer ik een beetje geld heb, koop ik me daarvan boeken. Wanneer er dan nog wat over is, koop ik eten en kledij."

Erasmus
 Volg ons op Twitter  Wordt lid op Facebook  Zie meer op You Tube
 


Het Belgische Ongeluk - Waarom Vlaanderen niets te vieren heeft
door Werner Somers

ISBN: 90-805616-9-X
Pagina's: 152

Prijs: € 12.50

175 jaar geleden ontstond 'België' als onafhankelijke staat, waardoor het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat in 1815 het levenslicht zag, ophield te bestaan. Volgens het Belgische establishment moet de herdenking van het separatisme van 1830 gepaard gaan met het nodige feestgedruis. Er worden dan ook ettelijke miljoenen euro tegenaan gesmeten. Het officiële België ziet nog een tweede reden waarom wij in feeststemming zouden moeten verkeren, namelijk het feit dat België reeds 25 jaar een federaal land zou zijn. De vraag is of Vlaanderen werkelijk zoveel redenen heeft om deze 'dubbele verjaardag' te vieren. Werner Somers tracht in dit boek het tegendeel aan te tonen. Niet alleen was de oprichting van België in 1830 een accident of history, bovendien werden de Vlamingen in de loop van 175 jaar 'België' onderdrukt, vernederd en – zelfs tot op de dag van vandaag – bestolen. Het Belgisch ongeluk wordt in al zijn facetten en evoluties pijnlijk beschreven. Het schijnfederalisme, dat de Vlaamse meerderheid neutraliseert en leidt tot immobilisme, kan evenmin op genade rekenen. 'Tijd voor ontmoetingen' luidt het motto van het officiële herdenkingsprogramma 175-25. Met dit boek wordt het echter duidelijk dat het eerder tijd is voor ... een afscheid van België, zonder tranen.

Het voorwoord werd verzorgd door Vlaams Belang-fractieleider in de Kamer Gerolf Annemans.

Werner Somers (Ninove, 1974) studeerde Germaanse filologie en is sinds 1998 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de fractie van het Vlaams Blok (thans Vlaams Belang) in de Kamer van volksvertegenwoordigers, waar hij vooral het vreemdelingendossier opvolgt. Hij werkte tevens mee aan de inhoudelijke voorbereiding van de congressen 'Vlaanderen Onafhankelijk' (2001) en 'Zwartboek Verhofstadt' (2002). Gedurende een aantal jaren was hij hoofdredacteur van Vrij Vlaanderen en Breuklijn. Verder is hij politiek secretaris van de Vlaams Belang Jongeren en gemeenteraadslid te Ninove. Reeds op jonge leeftijd interesseerde hij zich voor politiek in het algemeen en het Vlaams-nationalisme in het bijzonder.

"De Vlamingen lieten zich vangen"

Dat Vlaanderen na 175 jaar België en 25 jaar federalisme niets te vieren heeft, moge duidelijk zijn. Werner Somers, medewerker van de kamerfractie van het Vlaams Belang onderstreepte dit nog eens in zijn boek "Het Belgische ongeluk". Reden voor een gesprek.

Vanaf haar ontstaan in 1830, heeft de Belgische staat het Vlaamse volk cultureel onderdrukt, economisch verwaarloosd en financieel beroofd. U toont dit op overzichtelijke wijze aan in 'Het Belgisch ongeluk'. Hoe kan verklaard worden dat een dergelijke niet-tolereerbare wantoestand nu al zovele generaties, al 175 jaar, door zovele Vlamingen klaarblijkelijk wel getolereerd wordt?


Karel Dillen noemde België in Dietsland-Europa ooit de karaktermoord op een reeds zwaar door de geschiedenis geschonden en versuft volk. Door de eeuwenlange overheersing door vreemde mogendheden werd de weerbaarheid van de Vlamingen in sterke mate aangetast. Vlaams-nationalisten zijn in zekere zin atypische Vlamingen. Toen in 1830 de operetterevolutie uitbrak, was er nauwelijks sprake van een Vlaams bewustzijn. Er was een Vlaams volk, maar geen Vlaamse natie. Daartegenover stond een strijdbare en zelfbewuste francofonie die daardoor vrij spel kreeg. De Vlaamse elite van toen was volledig verfranst. Een normaal volk zou inderdaad nooit geduld hebben wat de Belgische staat Vlaanderen, zeker tijdens de eerste eeuw van zijn bestaan, heeft aangedaan. Dat Vlaanderen niet tegen het Belgische regime in opstand kwam, heeft alles te maken met het zwak ontwikkelde Vlaamse identiteitsbesef en met een gebrek aan inzicht in de eigen benadeling. Om een actueel voorbeeld te nemen: de zinloze en onrechtvaardige miljardentransfers naar Wallonië. Veel Vlamingen zijn hiervan niet eens op de hoogte of denken dat het slechts flamingantische propaganda is. Goedgelovigheid en kinderlijke naïviteit behoren nu eenmaal tot de wezenskenmerken van de 'Vlaamse Belg'.

Is dit ook de verklaring voor de visie op het Belgische federalisme? Hoewel het nog maar sinds 1993 in de Grondwet staat, moeten we met z'n allen de vijfentwintigste verjaardag van die staatsvorm vieren. De macht werd definitief uit handen gegeven en toch hebben vele Vlamingen het over een overwinning.

Het federalisme was een geniale vondst van het Belgische regime om de meubels te redden. Lode Claes zag zeer scherp in hoe absurd het was dat een meerderheidsvolk om federalisme vroeg. Het Belgische federalisme betekende de institutionalisering en bestendiging van de Vlaamse onmacht. De Waalse minderheid kreeg immers evenveel te zeggen als de Vlaamse meerderheid. Sinds de grendelgrondwet van 1970 kan er geen enkele staatshervorming doorgevoerd worden die ingaat tegen de Waalse belangen en die belangen zijn op hun beurt strijdig met de Vlaamse. Vlaanderen blijft dus op zijn honger zitten. Herman De Croo verklaart onomwonden dat het federalisme er in België slechts gekomen is doordat de anti-federalistische elite het systeem bij voorbaat onschadelijk heeft gemaakt. Veel Vlamingen staren zich blind op het bestaan van een eigen Vlaams Parlement en een eigen Vlaamse regering. In werkelijkheid bevindt de macht zich nog steeds op het Belgische niveau en is er, om nogmaals De Croo te citeren, één moederhuis met enkele filialen met dezelfde mensen. Het is als het ware één Belgische pot nat. Het Belgische establishment slaagde erin het federalisme te verkopen als een genereus gebaar tegenover Vlaanderen, als een tegemoetkoming aan het Vlaamse streven naar autonomie, en de Vlamingen lieten zich vangen.

Meer en meer gaan televisie- en andere debatten over het voortbestaan van de staat België. Het onderwerp raakt blijkbaar uit de taboe-sfeer. Mogen we ons verheugen op het vooruitzicht van een spoedig uiteenvallen of is elke hoop daarop vals?

Als CD&V, VLD en SP.a zich even kruiperig blijven opstellen, is er mijns inziens weinig hoop en zal het in elk geval nog vele decennia en Vlaamse toegevingen vergen vooraleer het zo ver is. Alles hangt af van de vraag of de Vlaamse partijen bereid zijn te weigeren een Belgische regering te vormen indien de rechtmatige Vlaamse eisen niet ingewilligd worden en of zij er durven mee te dreigen de geldkraan dicht te draaien. Als ze de Vlaamse braafheid voor één keer laten varen, kan alles in een stroomversnelling geraken. Om een doorbraak te forceren zal het eveneens noodzakelijk zijn het cordon sanitaire overboord te gooien.

(uit:Vlaams Belang Magazine – mei 2005) "De Vlamingen lieten zich vangen"

Dat Vlaanderen na 175 jaar België en 25 jaar federalisme niets te vieren heeft, moge duidelijk zijn. Werner Somers, medewerker van de kamerfractie van het Vlaams Belang onderstreepte dit nog eens in zijn boek "Het Belgische ongeluk". Reden voor een gesprek.

Vanaf haar ontstaan in 1830, heeft de Belgische staat het Vlaamse volk cultureel onderdrukt, economisch verwaarloosd en financieel beroofd. U toont dit op overzichtelijke wijze aan in 'Het Belgisch ongeluk'. Hoe kan verklaard worden dat een dergelijke niet-tolereerbare wantoestand nu al zovele generaties, al 175 jaar, door zovele Vlamingen klaarblijkelijk wel getolereerd wordt?


Karel Dillen noemde België in Dietsland-Europa ooit de karaktermoord op een reeds zwaar door de geschiedenis geschonden en versuft volk. Door de eeuwenlange overheersing door vreemde mogendheden werd de weerbaarheid van de Vlamingen in sterke mate aangetast. Vlaams-nationalisten zijn in zekere zin atypische Vlamingen. Toen in 1830 de operetterevolutie uitbrak, was er nauwelijks sprake van een Vlaams bewustzijn. Er was een Vlaams volk, maar geen Vlaamse natie. Daartegenover stond een strijdbare en zelfbewuste francofonie die daardoor vrij spel kreeg. De Vlaamse elite van toen was volledig verfranst. Een normaal volk zou inderdaad nooit geduld hebben wat de Belgische staat Vlaanderen, zeker tijdens de eerste eeuw van zijn bestaan, heeft aangedaan. Dat Vlaanderen niet tegen het Belgische regime in opstand kwam, heeft alles te maken met het zwak ontwikkelde Vlaamse identiteitsbesef en met een gebrek aan inzicht in de eigen benadeling. Om een actueel voorbeeld te nemen: de zinloze en onrechtvaardige miljardentransfers naar Wallonië. Veel Vlamingen zijn hiervan niet eens op de hoogte of denken dat het slechts flamingantische propaganda is. Goedgelovigheid en kinderlijke naïviteit behoren nu eenmaal tot de wezenskenmerken van de 'Vlaamse Belg'.

Is dit ook de verklaring voor de visie op het Belgische federalisme? Hoewel het nog maar sinds 1993 in de Grondwet staat, moeten we met z'n allen de vijfentwintigste verjaardag van die staatsvorm vieren. De macht werd definitief uit handen gegeven en toch hebben vele Vlamingen het over een overwinning.

Het federalisme was een geniale vondst van het Belgische regime om de meubels te redden. Lode Claes zag zeer scherp in hoe absurd het was dat een meerderheidsvolk om federalisme vroeg. Het Belgische federalisme betekende de institutionalisering en bestendiging van de Vlaamse onmacht. De Waalse minderheid kreeg immers evenveel te zeggen als de Vlaamse meerderheid. Sinds de grendelgrondwet van 1970 kan er geen enkele staatshervorming doorgevoerd worden die ingaat tegen de Waalse belangen en die belangen zijn op hun beurt strijdig met de Vlaamse. Vlaanderen blijft dus op zijn honger zitten. Herman De Croo verklaart onomwonden dat het federalisme er in België slechts gekomen is doordat de anti-federalistische elite het systeem bij voorbaat onschadelijk heeft gemaakt. Veel Vlamingen staren zich blind op het bestaan van een eigen Vlaams Parlement en een eigen Vlaamse regering. In werkelijkheid bevindt de macht zich nog steeds op het Belgische niveau en is er, om nogmaals De Croo te citeren, één moederhuis met enkele filialen met dezelfde mensen. Het is als het ware één Belgische pot nat. Het Belgische establishment slaagde erin het federalisme te verkopen als een genereus gebaar tegenover Vlaanderen, als een tegemoetkoming aan het Vlaamse streven naar autonomie, en de Vlamingen lieten zich vangen.

Meer en meer gaan televisie- en andere debatten over het voortbestaan van de staat België. Het onderwerp raakt blijkbaar uit de taboe-sfeer. Mogen we ons verheugen op het vooruitzicht van een spoedig uiteenvallen of is elke hoop daarop vals?

Als CD&V, VLD en SP.a zich even kruiperig blijven opstellen, is er mijns inziens weinig hoop en zal het in elk geval nog vele decennia en Vlaamse toegevingen vergen vooraleer het zo ver is. Alles hangt af van de vraag of de Vlaamse partijen bereid zijn te weigeren een Belgische regering te vormen indien de rechtmatige Vlaamse eisen niet ingewilligd worden en of zij er durven mee te dreigen de geldkraan dicht te draaien. Als ze de Vlaamse braafheid voor één keer laten varen, kan alles in een stroomversnelling geraken. Om een doorbraak te forceren zal het eveneens noodzakelijk zijn het cordon sanitaire overboord te gooien.

(uit:Vlaams Belang Magazine – mei 2005)

Boekvoorstelling 14 april 2005 te Ninove

Vrienden Vlaams-nationalisten, dames en heren,

Reden tot vieren?

175 jaar geleden vond de Belgische omwenteling plaats en kwam er een einde aan de Verenigde Nederlanden. Het Belgische establishment smijt er enkele miljoenen euro tegenaan om dit te vieren. Aldus hoopt men het tanende Belgische gevoel nieuw leven in te blazen. Een deel van de Vlaamse media doet daar gretig aan mee. Men schrikt zelfs niet terug voor absurditeiten, zoals De Standaard en de VRT, met hun wedstrijd om de 'Grootste Belg' aller tijden te kiezen. Met terugwerkende kracht worden allerlei personages die de laatste duizend jaar in de Zuidelijke Nederlanden iets betekenden, post mortem tot Belg gemaakt. Dit lot viel onder meer Godfried van Bouillon, Filips de Goede, Pieter Bruegel de Oude en Pieter Paul Rubens ten deel. We hebben al de snel-Belg-wet, als het van De Standaard en de VRT afhangt, krijgen we binnenkort ook nog eens een achteraf-Belg-wet.

Een volk dat zijn verleden niet kent, heeft geen toekomst. Het onderwijs in Vlaanderen schiet in dat opzicht schromelijk tekort, en dit ondanks de overheveling van de bevoegdheid inzake onderwijs naar de Gemeenschappen. De waarheid over België en over de ramp die België voor Vlaanderen betekende en betekent, wordt onze kinderen nog steeds onthouden. Die waarheid is vernietigend voor deze staat. België verdraagt de waarheid niet. "Het Belgische ongeluk" wil bijdragen tot de ontmaskering van de Belgische leugen en tot het inzicht dat Vlaanderen dit jaar helemaal niets te vieren heeft.

Hoe Belgisch was de omwenteling?

Als we de Reynebeaus van deze wereld mogen geloven, bestonden er in 1830 geen Vlamingen, maar slechts Belgen. Volgens hem bestond er in 1830 een authentiek Belgisch nationaal gevoel, terwijl noties als 'Vlaanderen' en 'Vlaams' een uitvinding zouden zijn van de Vlaamse Beweging. Het is de 'slimste mens ter wereld' blijkbaar ontgaan dat de term Vlamingen reeds in de achttiende eeuw werd gebruikt ter aanduiding van de Nederlandstalige bewoners van de Oostenrijkse Nederlanden en dat tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden de zogenaamde Vlaamse provinciën en de Waalse provinciën de officiële benamingen waren van de twee taalgebieden in de Zuidelijke Nederlanden. En tijdens de Franse bezetting stelden de prefecten in hun rapporten met bezorgdheid vast dat de Vlamingen zich niet als Fransen beschouwden. De Boerenkrijg was dan ook in wezen een Vlaamse opstand.

Zo afwezig als Wallonië was tijdens de Boerenkrijg, zo afzijdig hield Vlaanderen zich tijdens de Belgische omwenteling. Op Brussel en Leuven na konden de Belgische muiters nergens echt voet aan de grond krijgen. Ondanks het feit dat de sociale crisis Vlaanderen nog veel harder trof dan Wallonië, wou hun Belgische haring in Vlaanderen eenvoudigweg niet braden. In Wallonië daarentegen kreeg de Brusselse opstand onmiddellijk navolging. Met name Luik en Henegouwen stonden in vuur en vlam. Het strookt niet met de historische waarheid dat vrijwilligers uit alle delen van België aan de opstand te Brussel deelnamen, zoals op de officiële webstek www.175-25.be beweerd wordt. In werkelijkheid gaven de Walen en met name de Luikenaars de toon aan. Daarop werd onder meer gewezen door de Engelse gezant en ooggetuige Cartwright, die de mening was toegedaan dat, indien de Luikenaars onder leiding van Charles Rogier niet naar Brussel waren gekomen, de zaken niet zo een vaart hadden gelopen. Nederlandse generaals wezen op de verschillende houding van Vlamingen en Walen in het Nederlandse leger. Zij deden hun beklag over de slechte Waalse geest en merkten op dat desertie een Waals verschijnsel was.

We moeten ons de vraag stellen hoe 'Belgisch' de Belgische omwenteling wel was en of we niet eerder moeten spreken van een Waalse omwenteling of, beter nog, een Waals-Franse omwenteling. De Franse rol in de zogenaamde Belgische omwenteling wordt in de officiële Belgische geschiedschrijving bewust onderbelicht. Het bestaan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was de Fransen, die de nederlaag van Waterloo nog steeds niet verteerd hadden, een doorn in het oog. Het was in Frankrijk dat de idee van een scheiding rijpte; het waren Franse agenten die in Brussel geld uitdeelden om het volk tot oproer te bewegen; in het prille begin van de omwenteling waaide de Franse vlag op het stadhuis van Brussel. En het was onder leiding van Franse generaals zoals de Pontécoulant, De Parent, Mellinet en Niellon dat Vlaanderen door 'België' veroverd werd.

Wanneer op 4 oktober 1830 het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van heel 'België' uitriep, moest die verovering van Vlaanderen nog beginnen. In steden als Antwerpen, Gent, Mechelen en Sint-Niklaas bestond een sterke stroming tegen de scheuring der Nederlanden. Ook in het Noorden waren er die zich van het onderscheid tussen Vlamingen en Walen bewust waren. Zo vroeg de Arnhemsche Courant van 9 september 1830 zich vertwijfeld af: "Moet geheel België van Holland worden afgescheurd? Dus ook het nijvere, het vreedzame, het met die vereeniging zoo tevredene Gent, ja geheel Vlaanderen en Antwerpen, hetwelk sedert die vereeniging zoo ongemeen bloeit, het tevreden Limburg, Maastricht, Hollands oudste bezitting? Dit zijn geheel Nederlandsche provinciën in taal en herinnering." Het blad ziet geen tweedeling tussen 'hét Noorden' en 'hét Zuiden', maar tussen de Nederlandssprekende en de Waalse gewesten: "Zoo de afscheiding moet plaats hebben, het mogen dan de ontaarde Walen zijn, die eene andere administratie bekomen. Nederland, het echte ware Nederland, de dertien gewesten van Nederland, blijven onherroepelijk vereenigd in taal, in liefde tot het vaderland, deszelfs groote herinneringen en den Koning." De Walen werden als de scheurmakers beschouwd en niet 'hét Zuiden'. Dergelijke geluiden weerklonken ook in andere Noord-Nederlandse bladen.

La Belgique sera latine ou elle ne sera pas

De Belgische omwenteling was het werk van francofone liberale advocaten en journalisten, die het ongenoegen van de hongerige arbeidersklasse ten eigen bate wisten te manipuleren. Zij genoten hun opleiding tijdens de Franse bezetting en waren doordrongen van de ideeën van de Franse Revolutie. Frankrijk was in alle opzichten hun voorbeeld en velen droomden van een aansluiting bij het Grote Vaderland.

Voor de positie van het Nederlands in Vlaanderen was de Belgische omwenteling een ramp. Overal waar de aanhangers van het Voorlopig Bewind het voor zeggen kregen, werd het Frans de voertaal. Ware patriotten spraken Frans en het Nederlands of 'Vlaams' werd beschouwd als een achterlijk brabbeltaaltje voor meiden en knechten. Op 16 oktober 1830 reeds zag de Arnhemsche Courant in waartoe de in België ingevoerde taalvrijheid zou leiden. Het betekende volgens het blad dat "de grooten van nu voortaan de Fransche taal ook in hunne betrekkingen tot het volk zullen mogen gebruiken, dat men de Vlamingen en de Brabanders, ten plattelande en in de kleine steden, zoo geheel onkundig in het Fransch, wederom in die taal besturen en regeren zal." Inderdaad kwam de veelgeroemde taalvrijheid, waarvoor de francofonen in het Verenigd Koninkrijk zo geijverd hadden, neer op de gelijkschakeling van de vrijheid van Nederlandsonkundige ambtenaren en magistraten met die van Fransonkundige inwoners, waarbij laatstgenoemden, gezien de bestaande machtsverhoudingen, uiteraard aan het kortste eind trokken.

Ondanks de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van taalgebruik werd reeds op 16 november 1830 een taalbesluit uitgevaardigd waarin het Frans tot enige officiële taal in staatsstukken werd verheven. Met dat besluit wou het Voorlopig Bewind zogezegd slechts de taalvrijheid nader 'regelen'. Het voorwendsel luidde dat de Vlaamse dialecten te zeer van plaats tot plaats verschilden en dat om die reden enkel het Frans geschikt was. In werkelijkheid hadden de Belgisch-francofone machthebbers de schaamteloze kolonisatie van Vlaanderen door Franstalig België op het oog. Het middel daartoe was de monopolisering van de eliteposities door Franssprekenden. Charles Rogier noemde het een noodzaak alle overheidsbetrekkingen aan Walen toe te kennen zodat de Vlamingen verplicht zouden worden hun taal op te geven. Die strategie zou leiden tot de uitroeiing van 'het Germaanse element' in België. Eentalige francofonen konden in heel België carrière maken, terwijl Nederlandstaligen grondig Frans moesten kennen om zelfs in Vlaanderen ook maar de geringste overheidsbetrekking te kunnen bekleden.

In de eerste honderd jaar na de Belgische omwenteling was er zonder meer sprake van een onderdrukking van de Nederlandssprekenden in en door België. Vlamingen stonden terecht zonder dat zij verstonden wat tegen hen werd ingebracht en aan advocaten werd het recht ontzegd om in het Nederlands te pleiten. Waalse volksvertegenwoordigers schreven de hongersnood in Vlaanderen in de tweede helft van de jaren 1840 toe aan de vermeende minderwaardigheid van het Vlaamse ras en aan het gebruik van het 'Vlaams'. In het leger werden de Vlamingen met onverholen misprijzen behandeld. Rond 1860 schreef de Vlaming Amand de Vos, zelf legerarts, dat veel militaire geneesheren evenmin de taal van de Vlamingen verstonden als het gegrol van een ziek varken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden Vlaamse soldaten de dood ingejaagd doordat zij de Franse bevelen niet verstonden. Het middelbaar onderwijs in Vlaanderen was de eerste decennia na 1830 volledig Frans en het duurde tot 1930, toen België zijn eeuwfeest vierde, vooraleer de Vlamingen over een volwaardige Nederlandstalige universiteit beschikten. De Walen verzetten zich in het parlement met man en macht tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Zo verklaarde de socialistische voorman Jules Destrée tegen elke Vlaamse universiteit gekant te zijn. Troclet, een andere Waalse socialistische volksvertegenwoordiger, zei dat België slechts één cultuur nodig had en wel de Franse.

De eerste taalwetten werden tijdens de parlementaire behandeling compleet uitgehold en de toepassing van wat er uiteindelijk overbleef, werd systematisch gesaboteerd. De Vlamingen moesten steeds tweemaal strijd leveren, de eerste keer om de wet er door te krijgen en de tweede keer om hem correct te doen naleven. En ook vandaag moeten de Vlamingen nog strijden voor de correcte toepassing van de wet. Denken we maar aan de randgemeenten of aan de onaanvaardbare toestanden in de Brusselse openbare ziekenhuizen, waar de Vlamingen door Nederlandsonkundige artsen niet zelden als vee behandeld worden, in een aantal gevallen met dodelijke afloop. De Franstalige onwil en arrogantie duren onverminderd voort.

Tegengif voor neo-belgicistisch offensief

De moeizame weg naar een eentalig Vlaanderen, althans een eentalig Vlaanderen zonder Brussel, wordt in "Het Belgische ongeluk" uitvoerig beschreven. Het is nodig dit verhaal opnieuw te vertellen, als tegengif voor het aan de gang zijnde neo-belgicistisch offensief. Het is eveneens nodig het verhaal te vertellen van de economische verwaarlozing en uitbuiting van arm Vlaanderen door francofoon België opdat de Vlamingen zich niet zouden laten vangen door het fabeltje dat zij vroeger uit de hand van de Walen aten en dat zij uit 'dankbaarheid' de huidige miljardentransfers van zuur verdiende Vlaamse euro's lijdzaam en zonder morren zouden dienen te ondergaan. Het is nodig in dit Belgische feestjaar het verhaal te vertellen van de regelrechte discriminatie en van de ontworteling waarvan de Vlamingen in Brussel het slachtoffer werden. Ook de amputatie van Brussel heeft Vlaanderen immers aan het jarige België te danken.

Heeft de Vlaamse Beweging dan niets bereikt? Natuurlijk wel, het project van Rogier en consorten om geheel België te verfransen, is finaal mislukt. Maar dat heeft de Vlaamse Beweging tot stand gebracht ondanks en tegen België, en de prijs die betaald werd, was en is , nog steeds, hoog. Niet alleen ging het zich sinds 1830 voortdurend uitbreidende Brussel voor Vlaanderen grotendeels verloren, hetzelfde was het geval met tal van andere gebieden die in 1830 nog onversneden Vlaams waren. Denken we maar aan Komen en Moeskroen, die bij de vastlegging van de taalgrens met hun meer dan 70.000 inwoners naar Henegouwen werden overgeheveld in het kader van een ordinaire koehandel. Er was en is maar één winnaar van 175 jaar België, en dat is de francofonie. De enige die bij het voortbestaan van België gebaat is, is eveneens de francofonie.

De federalistische fopspeen

De Belgische feestvierders voelden blijkbaar ook wel aan dat het gegeven '175 jaar België' bij veel Vlamingen gemengde gevoelens oproept. Daarom sleurden zij er ook nog eens de viering van 25 jaar federalisme bij. Misschien willen zij zo aan 200 jaar komen, omdat ze vrezen dat ze nooit de 200ste verjaardag van België zullen kunnen vieren. Dat federalisme – of wat er moet voor doorgaan – wordt voorgesteld als een genereus gebaar van België tegenover Vlaanderen, als een tegemoetkoming aan de Vlaamse verzuchtingen. In werkelijkheid was het federalisme voor Vlaanderen een nederlaag over de hele lijn en was het een manier om de Vlaamse meerderheid in België te neutraliseren en de francofone privileges veilig te stellen. In België heeft de Waalse minderheid evenveel te zeggen als de Vlaamse meerderheid. Door de grendelgrondwet van 1970 kan er geen enkele stap in de staatshervorming gezet worden die tegen de belangen van de Waalse minderheid ingaat. En die Waalse belangen druisen op hun beurt in tegen de Vlaamse belangen, zodat Vlaanderen eens te meer de grote verliezer is. Het is immers Wallonië dat belang heeft bij de status quo en bij de instandhouding van de verslavende miljardentransfers, waarvan het enige nut bestaat in de instandhouding van een ongebreideld cliëntelisme.

Het Belgische schijnfederalisme is erin geslaagd aan het Vlaamse streven naar zelfbestuur veel van zijn slagkracht te ontnemen en het grotendeels onschadelijk te maken voor het Belgische establishment. Niemand minder dan Herman De Croo, en wie zijn wij om de eerste burger van dit land tegen te spreken, onderschrijft deze stelling. In een interview met Knack in augustus 2003 zegt hij dat het federalisme in België niet bestaat en dat het federalisme in België alleen tot stand is kunnen komen doordat de anti-federalistische elite het systeem bij voorbaat onschadelijk heeft gemaakt. Dank u, Herman, voor zoveel duidelijkheid! We worden dus geacht dit jaar het vijfentwintigjarig bestaan te vieren van iets wat eigenlijk niet bestaat. Het Belgisch surrealisme ten voeten uit!

Vlaanderen wordt in het Belgische federale bestel permanent gegijzeld door de francofonie. Vlaanderen en Wallonië zijn twee verschillende samenlevingen met geheel onderscheiden kenmerken, die gekneld zitten in hetzelfde Belgische keurslijf. Met betrekking tot zowat om het even welk onderwerp houden Vlaanderen en Wallonië er tegengestelde visies op na of zijn hun belangen tegenstrijdig, of het nu gaat om de gezondheidszorg, de spoorwegen, de werkloosheid, de hervorming van de federale ambtenarij, het jeugdsanctierecht, het vreemdelingenbeleid of de buitenlandse betrekkingen. Ofwel geeft Vlaanderen toe aan de Walen – wat al te vaak het geval is -, ofwel wordt een halfslachtig compromis uitgedokterd dat niemand bevredigt, ofwel gebeurt er … niets en beslist men om niets te beslissen. Goed bestuur behoort in België steeds minder tot de mogelijkheden. Elk probleem is tot op zekere hoogte een communautair probleem geworden.

België biedt Vlaanderen geen enkele meerwaarde en verhindert dat er een beleid wordt gevoerd dat tegemoetkomt aan de verlangens van de Vlaamse kiezer. Vlaamse partijen die tot een Belgische regering toetreden, kunnen niet anders dan hun kiezers te bedriegen, want zij kunnen onmogelijk hun beloften waarmaken met Franstalige partijen die het tegenovergestelde aan hun kiezers beloofd hebben. België is dan ook slechts een formele democratie, waar in werkelijkheid het volk slechts een zeer geringe invloed kan uitoefenen op de politieke besluitvorming. Het herstel van de democratie in België vooronderstelt dan ook het verdwijnen van het Belgische staatsverband zodat Vlamingen en Walen hun eigen huis naar eigen inzichten kunnen inrichten.

Na de lectuur van "Het Belgische ongeluk" moge het duidelijk zijn dat Vlaanderen geen enkele reden heeft om 25 jaar federalisme, laat staan 175 jaar België, te vieren. Indien dat het geval is, is het opzet van dit boek geslaagd. 'Tijd voor ontmoetingen', luidt het motto van de het officiële feestprogramma. Daartegenover moeten wij het 'Tijd voor afscheid' plaatsen, tijd voor afscheid van België, een afscheid zonder tranen van een staat die nooit de onze was.

Werner Somers


Klanten die dit boek kochten, kochten ook: