Welkom bij Uitgeverij Egmont

Uitgeverij Egmont brengt sinds jaren kwaliteitsvolle boeken van politieke en/of historische inslag op de markt. Dit betreft vooral boeken met als onderwerp de Vlaamse Beweging, politieke actualiteit, geschiedenis, enz.

Nog geen lid? Wordt nu gratis lid!

Inloggen

Wachtwoord vergeten?
2011-12-20: Uitgeverij Egmont en Twitter
Uitgeverij Egmont is vanaf vandaag ook actief op Twitter. ...Klik hier
2011-12-18: Vlaams Bewegen in Antwerpen
Het nieuwe boek van Jan Huijbrechts neemt u in 5 cultuurhistorische wandelingen mee op ontdekkingstocht door de fascinerende maar ook bewogen geschiedenis van Antwerpen....
2011-01-05: Facebook
Uitgeverij Egmont is vanaf heden terug te vinden op facebook. ...Klik hier
2010-12-20: YouTube
Uitgeverij Egmont heeft reeds enige tijd een YouTube-kanaal....Klik hier
Winkelwagentje (0 artikelen)
Totaal: €0.00
Je winkelwagentje is leeg!
"Wanneer ik een beetje geld heb, koop ik me daarvan boeken. Wanneer er dan nog wat over is, koop ik eten en kledij."

Erasmus
 Volg ons op Twitter  Wordt lid op Facebook  Zie meer op You Tube
 


Dutroux: te veel om te geloven
door Gerolf Annemans

ISBN: 90-8056-167-3
Pagina's: 186

Prijs: € 12.50

Gerolf Annemans schreef in de aanloop naar het langverwachte Dutroux-proces zijn bevindingen neer over een van de dossiers waarvan hij de bevoorrechte getuige was als lid van een parlementaire onderzoekscommissie. Die commissieperiode heeft een blijvend teken nagelaten, niet alleen omdat het onderwerp - de gebeurtenissen met de ontvoerde kinderen - zo beklijvend was, maar vooral omdat de concrete feiten werden omringd met tal van vraagtekens over de betrokkenheid van hoge kringen, het slecht functioneren van gerechtelijke en politiediensten, en de linken naar andere bekende dossiers zoals de Bende van Nijvel, Agusta, Di Rupo en het Koninklijk Paleis.

Stilaan kwam hij tot de bevinding dat Dutroux geen eenzame pervert was, maar een schakel in een groter raderwerk. Naarmate onderzoekers van allerhande politiediensten uiteindelijk in de Brusselse milieus terechtkwamen, die in meerdere of mindere mate gefrequenteerd werden door Jean-Michel Nihoul, sloot zich telkens het web, werden politieonderzoekers van hun onderzoek weggehaald of werden deksels stevig op onwelriekende potten vastgevezen. De vele ‘onverklaarbare’ en nauwelijks onderzochte ‘overlijdens’ in de schaduw en na de ontvouwing van het dossier Dutroux, het nooit onderzoeken van banden van Nihoul met bepaalde milieus, de ongeïnteresseerdheid van de politieke wereld in het trekken van effectieve conclusies in en na de onderzoeksrapporten,… het heeft Annemans elke keer weer verbaasd, maar telkens ook weer gesterkt in de overtuiging dat er méér diende uitgespit te worden, dat er méér was dan ‘men’ wilde doen geloven.

Het boek zet op een heldere en bevattelijke wijze de zaken op een rijtje. Gerolf Annemans laat er zijn blik op vallen en tekent er zijn persoonlijke beschouwingen bij aan, scherp, gevat en heel vaak in vraagvorm. Omdat bepaalde antwoorden voor de hand lijken te liggen.

In het mediaspektakel rond het proces Dutroux zijn er ook nuchtere waarnemers nodig die de feiten kennen en de materie doorkauwd hebben. Met veel ontzag voor de getroffen ouders en voor de eenzame procureur Bourlet werden Annemans’ beschouwingen daarom aan het papier toevertrouwd. Hopelijk nemen er velen kennis van dit non-conformistisch tijdsdocument dat in al zijn eenvoud de lezer meesleept in een van de meest tragische gebeurtenissen en donkere bladzijden van onze ‘vaderlandse’ geschiedenis.

Gerolf Annemans is geen ‘believer’ zegt hij in zijn boek over de zaak-Dutroux. Maar in een andere zin: hij gelooft namelijk niet dat er géén pedofilie-netwerken hebben bestaan of bestaan in België. Er zijn namelijk te veel ‘knipperlichten’ - de term is van procureur Bourlet. Er is teveel om te geloven. Te veel om zomaar aan te nemen dat Dutroux een eenzame pervert was.

In zijn boek maakt Annemans een beknopte analyse van de zaak-Dutroux. Zijn analyse. De analyse van een vooraanstaand lid van de commissie-Dutroux. Een tocht langs een aantal ‘knipperlichten’. Een kleine bloemlezing.

Over het bezoek van de commissie aan de kelder in Marcinelle: “Het gevoel dat mij onbewust overvalt daar aan die… deur, onder het peertje, is het gevoel dat Marc Dutroux geen eenzame pervert kan zijn geweest. Het gevoel is geen vooroordeel. Het is een gevoel, een intuïtieve flits. Nadien is dat gevoel vernieuwd, versterkt, geconcretiseerd. Nadien komen de feiten, de aanwijzingen, de bewijzen. Als druppels die langzaam de emmer van mijn conclusie zullen vullen, komen zij dat eerste gevoel versterken. De eerste druppel viel daar in Marcinelle binnen: voor een eenzame pervert is deze kelder niet gebouwd. (…) Niemand kan mij verplichten om dit te geloven.”

Over de sleutelpositie van Nihoul: “Nihoul was de brug tussen Dutroux en al de rest. Er was geen andere brug. Om van Dutroux een eenzame pervert te maken, volstond het om de sprong naar Nihoul onmogelijk te maken. En omgekeerd. Wie de brug naar Nihoul kon oversteken, kon verder gaan. Veel verder. Wie dus die ‘brug’ naderde, kon op heel wat rare tegenstand rekenen.”

Over onderzoeksrechter Jacques Langlois: “Ikzelf heb mijn grootste twijfels bij Langlois. Ik weet nog altijd niet wat ik van hem moet denken. En ook niet of ik het wel dúrf denken.”

Over het feit dat we zouden moeten geloven dat de enige band tussen Nihoul en Dutroux erin zou bestaan dat de eerste een auto liet herstellen bij de tweede: “De partouzeur, de koning van de seksclubs, de fikser van de Brusselse onderbuik,… heeft uitvoerige en uitgebreide contacten met een duistere brutus die met de regelmaat van een klok kinderen ontvoert, om ze op te sluiten in een speciaal daartoe ontworpen ingenieus afgesloten kelder. We hoeven daar echt niks achter te zoeken, oh nee, want de partouzeur is bij de ontvoerder om… zijn auto te herstellen. Dat doet hij om een gemeenschappelijk vriendje, marginaal vriendje (Lelièvre nvdr) een plezier te doen. Dat marginale vriendje krijgt de dag na een nieuwe ontvoering (van Laetitia) een partij xtc-pillen van de partouzeur. Tienduizend stuks. Tachtig frank per stuk. Grote straatwaarde. Goed verdiend. Ze worden teruggevonden in een plafond van het huis van de ontvoerder. In Marcinelle. We hoeven daar niks achter te zoeken. Er wordt een auto hersteld. Komaan zeg!”

Over de dood van advocaat-generaal Hubert Massa, verantwoordelijk voor de zaak-Cools en de zaak-Dutroux: “De magistraat die de twee meest explosieve en controversiële dossiers van de eeuw, misschien wel uit de hele Belgische geschiedenis, behandelt, komt bloedig om het leven in verdachte omstandigheden en nagenoeg niemand stelt zich vragen. Niemand onderzoekt de juiste achtergronden of omstandigheden van zijn dood. Is het misschien gebruikelijk dat topmagistraten met zo’n omstreden dossiers zelfmoord plegen?”

Annemans raakt alle heikele punten aan. Het onderzoek van De Baets en dat van Suys, beide door overduidelijke manoeuvres in de prak gereden. De betwiste ‘herlezing’ van de X-dossiers. De manipulatie van de kroongetuigenis van de Vlaamse familie, die Nihoul gezien heeft in Bertrix, een dag voor de ontvoering van Laetitia. De verdwijning van videocassettes. De grote reeks dode getuigen. De DNA-onderzoeken…

Hem rest slecht één conclusie: Dutroux was een deel van een netwerk. Dutroux leverde kinderen. Aan Nihoul. Voor prostitutie en ‘feestjes’. Maar voor een groot deel van de publieke opinie is die conclusie te moeilijk. “Het ondenkbare niet moeten denken, bleek aantrekkelijker dan het maatschappelijk harnas te moeten aantrekken. Mentaal zich moeten wapenen tegen het onaannemelijke, vergt een inspanning die te groot is voor de burger. De mensen sukkelen opnieuw in slaap.”

Voor wie wakker wil blijven, is ‘Te veel om te geloven’ verplichte lectuur!

Toespraak van Philip Claeys bij de voorstelling van "Dutroux: te veel om te geloven" te Antwerpen, 25 februari 2004.

De oorsprong van het initiatief

Gerolf Annemans heeft steeds de intentie gehad om zijn ervaringen en bevindingen in al de onderzoeks- en vervolgingscommissies van de jaren '90 ooit eens te boek te stellen.

Hij was niet alleen lid van de Parlementaire Onderzoekscommissie over de verloren kinderen, de commissie Dutroux. Hij was ook lid van de tweede commissie over de Bende van Nijvel en de dioxinecommissie. Voorts zetelde hij in alle commissies Vervolgingen van kamerleden en/of ministers. De zaak Agusta, met Frank Vandenbroucke, Guy Coëme, Willy Claes, de zaak Uniop, de zaak Di Rupo: Gerolf Annemans was de enige die ze allemaal zonder uitzondering meemaakte.

Uiteindelijk is het er nooit van gekomen zo'n boek te schrijven. In de aanloop naar het proces Dutroux herlas Gerolf Annemans wel al de dossiers in zijn bezit. En hij besefte dat vooral de commissie Dutroux haar doel was voorbijgeschoten. Het leek hem beter daaraan zijn energie te besteden. Dit boek is de vrucht van die overweging.

Zelf geschreven

Het is een grote zeldzaamheid geworden, niet dat politici een boek schrijven, maar wel dat ze het zelf schrijven. Gerolf Annemans schreef dit boek zelf op basis van zijn eigen kennis en documentatie, die slechts hier en daar werd aangevuld door de opzoekingen van twee medewerkers. Gerolf Annemans, die begin de jaren '80 journalist was, schrijft nog altijd graag en is het ook altijd blijven doen.

In het boek dankt hij overigens zijn huisgenoten voor het geduld dat zij de afgelopen maanden hebben beoefend, omdat het schrijven van dit boek naast de dagelijkse beslommeringen geen sinecure was.

Een leesbare synthese

Het opzet van het boek is om de lezer, liefst het brede publiek, op een snelle en toch zo volledig mogelijke manier kennis te laten maken met de visie van Gerolf Annemans op de zaak Dutroux en haar vertakkingen. Omwille van dit opzet heeft hij dan ook vooral een wervelende synthese willen schrijven. Geen persoonlijk dagboek, geen emoties en tranen, maar een dossiergerichte en objectieve, maar tegelijk zo meeslepend mogelijk geschreven totaaloverzicht van de zaak. Gebaseerd op de feiten maar synthetisch. Om die reden heeft Annemans ook dikwijls voorrang gegeven aan de vorm.

Zonder 'literaire' pretenties te hebben, heeft Annemans toch een goed geschreven boek willen uitbrengen. Hijzelf spreekt van een schets: "Ieder stuk van dit boek is een verftoets, bijgebracht aan een impressionistische schets, een schets die mijn mening is over de zaak Dutroux. (…) Het schilderij staat er. Zoals ik het heb gewild. Zoals ik heb gewild dat u het zou zien."

Namen

Gerolf Annemans gaat geen namen uit de weg. Politiemensen, magistraten, politici en pedofielen worden meestal bij naam en zonder omweg genoemd in het boek. Dat is een keuze geweest. Omdat het boek ook enige leesbaarheidspretenties heeft, heeft Gerolf Annemans willen vermijden dat het boek de indruk van een soort gerechtelijke verslaggeving zou geven. In zijn inleiding schrijft hij trouwens: "Ik ben kamerlid. Ik word betaald om te spreken, dus ik hoef helemaal niet te zwijgen."

Zelfs de rol van de monarchie wordt in het boek op een open en onbevangen manier behandeld.

Inhoudelijk

Dit boek is niet geschreven voor de enkele specialisten van het dossier Dutroux. Het is voornamelijk geschreven voor een publiek dat de zaak Dutroux veeleer niet (meer) kent. Voor de meeste mensen dus met andere woorden. Zelfs specialisten van het dossier zullen zien dat de synthese àls synthese vrij volledig is. Dat geeft het boek ook iets meeslepends.

Inhoudelijk behandelt het boek dus de hele zaak Dutroux. Vertrekkende vanuit de kelder van Marcinelle, en een exclusieve getuigenis over de seksbusiness van Nihoul, gaat Annemans over tot een analyse van het Brusselse milieu dat zich hier mee bezig hield. Hij doet dat in een hoofdstuk waarin hij het verband legt met het dossier van de Bende van Nijvel. Daarna 'herstart' hij het boek met een indringende analyse van de ontvoering en de behandeling van Julie en Melissa, volgens Annemans de kern van het mysterie in deze zaak. Daarbij gaat hij vrij ver in een analyse van Langlois. Vervolgens legt Annemans het verband met de internationaal bekende pedofiliezaken elders. Daaruit valt veel te leren over de gevaren voor ieder pedofilie-onderzoek en de manier waarop ze kunnen ontsporen. Annemans spreekt over wat hij zag en ook deed in de zaak Di Rupo. Idem voor de geruchten rond het seksleven van de koning.

Een hoofdstuk over de ontsnapping van Dutroux vertelt meeslepend over een turbulente parlementaire dag en geeft een beeld van de achtergronden en de geruchten rond die ontsnapping.

Daarna gaat Annemans heel diep in op de gebeurtenissen rond De Baets en Suys, om tot de conclusie te komen dat het benaderen van Nihoul een riskante onderneming was in die jaren omdat dat specifieke tegenreacties uitlokte. Een afzonderlijk en afstandelijk geschreven hoofdstuk over de X-getuigen legt uit waarom en hoe dit onderzoek op een onaanvaardbare manier werd gefnuikt. Hetzelfde geldt voor een hoofdstuk over Nihoul.

Annemans schetst ook een ondertussen beroemd portret van de dode en geïntimideerde bijrolspelers van de zaak Dutroux en legt met een verrassende conclusie de nodige verbanden. Pas het voorlaatste hoofdstuk zet de netwerkbeschuldigingen tegen Dutroux op een rijtje, gekruid met een korte psychologische schets, de jeugdige Dutroux, en de rol van Rohypnol.

Geen believer

In een slot-hoofdstuk analyseert Gerolf Annemans de kwestie van het 'believen'. Hij is zelf geen believer, geen fanatieke aanhanger van de ene of de ander vleugel in het dossier van de pedofilienetwerken. Maar hij verwerpt resoluut de thesis van een eenzame pervert. Daarvoor heeft hij niet alleen een indrukwekkende verzameling gegevens nog eens allemaal op een rij gezet. Hij beschrijft ook een aantal ervaringen (de kelder) en getuigenissen (les friandises de Nihoul) en de indruk die ze op hem hebben gemaakt. Daarbij gaat hij ook delicate analyses niet uit de weg, ook niet het getuigenis van Sabine Dardenne en de juiste toedracht van de ontvoering van Julie en Melissa.

Hij plaatst de strijd rond dit dossier ook in een breder kader: de internationale context en ook de backlash-theorie, die wetenschappelijk de evolutie naar een bipolaire controverse rond pedofiliezaken schetst en verklaart.

De conclusie en de beschuldigingen volgen in het laatste hoofdstuk 'te veel om te geloven'. Het boek is in ieder geval een goede voorbereiding op het proces. Een vrijmoedig geschreven introductie in het dossier.

Het boek werd niet helemaal los van het proces geschreven. Het proces was een deadline die stimulerend gewerkt heeft op de motivering om de arbeid toch opnieuw weer helemaal te verrichten. Maar het opzet is niet het aanhaken bij het proces, tenzij als bijkomend effect voor de aandacht die Annemans dan toch wel rond zijn standpunt wil creëren. Het boek moest absoluut voor het proces uitkomen omdat Gerolf Annemans de intellectuele eerlijkheid wou hebben om zijn visie te ontplooien op basis van wat hij weet, en daarbij onafhankelijk wil blijven van de chaos of de onverschilligheid die volgens hem dat proces met zich mee gaat brengen. Hij laat in zijn inleiding in het midden of een tweede druk een aanpassing zal vergen.


Klanten die dit boek kochten, kochten ook: